Vliegen aan banden 
Verslagen van David van Reybrouck
in Klimaatzaak België 
 

Voorwoord

 

Klimaatverandering heeft reeds veel landen in crises gestort en heeft van die landen enorme financiële offers gevraagd. Wetenschappers zeggen unaniem dat de wereld voor hen die na ons komen in een hel zal veranderen als we de uitstoot van broeikasgassen niet beteugelen.

 

Nederland en België zullen zich niet aan deze ramp kunnen onttrekken. Nederland en België lijken klimaat echter geen acuut probleem te vinden. Er moeten doden vallen, zoals bij Covid, om, luisterend naar de wetenschap, krachtdadig op te treden.

 

De Nederlandse (demissionaire) regering is haar belofte om in 2020 de uitstoot van CO2 te beperken tot 25% niet nagekomen, ondanks de veroordeling in de Urgendazaak in 2015, in beroep bekrachtigd door Gerechtshof en in laatste instantie door de Hoge Raad in 2019. In 2020 zouden de Covid-pandemie en het zachte weer van januari en februari een steun in de rug hebben moeten geven, maar het mocht niet baten.

 

Uit allerlei activiteiten of juist gebrek daaraan blijkt dat onze regering het klimaatprobleem niet serieus neemt, bijvoorbeeld:

  • Het vasthouden aan het openen van Luchthaven Lelystad en het zonder klimaatvoorwaarden met miljarden euro’s steunen van KLM
  • Het doorgaan met het aanleggen van autowegen ten koste van natuur (Amelisweerd)
  • Het doorgaan met het verstrekken van miljardensubsidies aan fossiele industrieën
  • Het uitstellen van investeringen in het elektriciteitsnet wat ons land langer afhankelijk houdt van gas en olie als energiebronnen
  • Het uitstellen van maatregelen om de intensieve landbouw te hervormen. Die vorm van landbouw gaat gepaard met zware uitstoot van broeikasgassen CO2 en methaan (en bovendien met uitstoot van stikstof, met excessief watergebruik, en met vergiftiging).

Nog een signaal: Via naar buiten gekomen formatienotities van de heer Rutte, de leider van de politieke partij VVD die onlangs de meeste stemmen heeft verworven, is geopenbaard dat liefst geen samenwerking wordt gezocht met partijen die “heel veel klimaat” in de onderhandelingen zouden brengen. Twee jaar eerder kwam uit zijn mond de weinig daadkracht verradende uitspraak: "het doel is het doel te halen".

 

In België is in februari 2021 de Klimaatzaak begonnen, een rechterlijke procedure van meer dan 65.000 burgers tegen de regeringen van België: vier gewestelijke en de federale regering. De burgers eisen dat de regeringen optreden om hun klimaatbelofte na te komen door met geagendeerde uitstootreducties de opwarming tot 1,5 graden Celsius te beperken.

 

De Klimaatzaak in België is er enorm mee gediend dat David Van Reybrouck zich heeft geëngageerd voor deze zaak en voor het klimaatprobleem in het algemeen. De werk- en denkkracht en het morele inzicht van deze auteur van de indrukwekkende boeken Congo en Revolusi zijn nu al legendarisch. Zijn bemoeienis met democratie in de vorm van burgerraden heeft ook tot een mooi boek en tot implementaties geleid.

 

De pleidooien voor en tegen in de Klimaatzaak vonden in maart 2021 plaats, op negen dagen in het haveloze oude NAVO-gebouw in Haren/Brussel. David heeft ze allemaal van minuut tot minuut gevolgd. Van de argumentaties, voorzien van zijn commentaar, heeft hij zeer gedetailleerd en levendig verslag gedaan op Facebook. Ik heb de verslagen met rode oortjes gelezen.

 

Op 17 juni 2021 is door de rechter uitspraak gedaan. Klimaatzaak heeft gewonnen!  

 

Omdat klimaatzaak ook in Nederland zo hoogst actueel is, met het niet nakomen van het Urgendavonnis, met de winst door Milieudefensie van de klimaatzaak tegen Shell op 26 mei 2021, en gezien de formatie van een nieuwe regering (nog steeds terwijl ik dit typ op 19 juni 2022), heb ik de verslagen van David gebundeld op deze pagina van mijn website.

 

Paul van der Maesen

 

 

Inleiding 27 februari
 
"Toen ik die thema's (klimaat en biodiversiteit) grondig begon te bestuderen, ben ik qua moreel door een lastige periode gegaan, maar vandaag heb ik een zekere sereniteit gevonden. Ik ben triest over de onherroepelijke vernietiging, maar ik strijd voor wat nog gerepareerd kan worden. Zelfs als het succes niet gegarandeerd is, moet je het toch doen, omdat het nobel is op zich. Het gaat om een strijd tegen dat wat onrechtvaardig, verwerpelijk en onwaardig is. Het is een strijd die je moet vergelijken met de strijd tegen apartheid of de strijd voor het vrouwenstemrecht. Een van de grote strijden uit de geschiedenis, zoals de strijd tegen de slavernij. Daarbij moet je zowel ongeduldig als geduldig zijn. Je moet idealen hebben, maar ook met de instellingen werken. In alle politieke partijen zitten er mensen van goede wil. Ik heb geen zin hen als luiaards te bestempelen. Ik werk liever samen met de krachten die vooruit willen."
 
In een groot interview in Le Soir leg ik vandaag uit waarom ik mij de komende jaren (en wellicht decennia) zal engageren in de strijd tegen klimaatopwarming en biodiversiteitsverlies.
 
 
Inleiding op Klimaatzaak 15 maart
 
Morgen moet ik voor het eerst in mijn leven voor de rechter verschijnen... en, eerlijk gezegd, ik kijk er naar uit. Het gerecht boezemt mij nog steeds een ouderwets soort ontzag in, maar dit proces is zo ongelooflijk belangrijk. Morgen start namelijk, na zes jaar dralen, eindelijk de #Klimaatzaak, misschien wel de belangrijkste rechtszaak die ons land ooit heeft gekend. De elf oprichters daagden de Belgische staat, het Vlaamse, het Waalse en het Brusselse gewest voor de rechter omwille van hun veel te lakse aanpak van de klimaatcrisis. Overheden dienen het leven van de burger te beschermen, die van ons brengen het juist in gevaar, met name van dat van de kinderen en jongeren. Die elf moedige oprichters (waaronder Francesca Vanthielen, Ignace Schops, Serge de Gheldere, Tom Lenaerts, Nic Balthazar, Koen Vanmechelen, Dirk De Clippeleir en Stijn Meuris) kregen het gezelschap van maar liefst 58.500 mede-eisers, waarvan ik er één ben.
 
Morgen starten de pleitzittingen voor 9 opeenvolgende dagen, voor de vierde kamer van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Die zal voor de gelegenheid zitting houden op de oude NAVO-site in Haren. Zo ziet het programma eruit:
 
Dinsdag 16 maart, 9-12 uur Klimaatzaak
Woensdag 17 maart, 9-12 uur Klimaatzaak
Donderdag 18 maart, 9-12 uur Klimaatzaak
Vrijdag 20 maart, 9-12 uur Belgische staat
Maandag 22 maart, 9-12 uur Belgische staat
Maandag 22 maart, 14-17 uur Waals Gewest
Dinsdag 23 maart, 9-12 uur Vlaams of Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Woensdag 24 maart, 9-12 uur Vlaams of Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Donderdag 25 maart, 9-12 uur Eindreplieken Klimaatzaak
Vrijdag 26 maart, 9-12 uur Eindreplieken overheden
 
Klimaatzaak is een burgeractie die de Belgische overheden via justitie wil dwingen hun internationale klimaatbeloftes na te komen. Een opwarming van meer dan 1,5°C is gevaarlijk – dat is precies de reden waarom de internationale gemeenschap én België beslisten dat we daar onder moeten blijven. Toch schieten de Belgische overheden hierin fors tekort. Klimaatzaak voert aan dat het ontoereikend klimaatbeleid van de Belgische overheden zowel een schending van de zorgvuldigheidsnorm als van de mensen- en kinderrechten uitmaakt. Een correct klimaatbeleid is haalbaar en betaalbaar in België. Meer nog: ons land heeft veel te winnen bij een kordate klimaattransitie. Enkel de politieke wil om de transitie in te zetten ontbreekt vandaag.
 
Klimaatzaak vraagt geen schadevergoeding, maar een koerswijziging. Concreet eist Klimaatzaak een reductie van broeikasgasemissies van min. 42 % in 2025, van min. 55 % in 2030, beiden tov het referentiejaar 1990, en een netto nuluitstoot in 2050. Deze eis is een vertaling naar de Belgische context van de klimaatwetenschappelijke inzichten van wat nodig is om een gevaarlijke opwarming van + 1,5 °C te voorkomen. Dat moet volgens ons het kompas zijn.
 
Dit zal een stevige extra inspanning vergen van België, want ons land zakt de laatste jaren steeds verder weg in de internationale en Europese klimaatrankings. België zal volgens de evaluatie van de bij de Commissie ingediende plannen ook de 2030-doelstelling niet halen, die toen nog - 35% bedroeg, maar verhoogd zal worden.
 
Een studie van Eurofound (2019) toont aan dat België binnen Europa relatief gezien het meeste te winnen heeft bij een implementatie van het Verdrag van Parijs met een verwachte stijging van het BNP met 2,2% en van de werkgelegenheid met 0,9%. Ook studies van Stanford (2017) en Nature (2020) wijzen in dat scenario op macro-economische voordelen voor (o.a.) België. Geen van de overheden betwist in de schriftelijk overgemaakte conclusies overigens dat de transitie technisch en economisch haalbaar zou zijn. Voor zover toegelaten, werden de conclusies van Klimaatzaak en de overheden op onze website gepubliceerd.
 
De Belgische klimaatzaak maakt deel uit van een gestaag groeiend aantal internationale klimaatzaken, die een sterke impuls kreeg na de winst van de Nederlandse klimaatzaak van de Stichting Urgenda. In die zaak werd de Nederlandse staat definitief en zonder verdere beroepsmogelijkheid veroordeeld door de Hoge Raad in december 2019, wat inhield dat de staat een verplichte reductiedoelstelling van - 25% broeikasgasuitstoot diende te realiseren voor het einde van 2020. De Hoge Raad oordeelde overigens ook dat de scheiding der machten niet in het gedrang kwam en stelde daarover: “Het is aan de rechter om te beoordelen of de regering en het parlement bij hun besluitvorming zijn gebleven binnen de grenzen van het recht, waaraan zij zijn gebonden.” Het Urgendavonnis was een internationale primeur. Sindsdien werden ook de Ierse en de Franse overheden veroordeeld wegens nalatig klimaatbeleid.
 
Klimaatzaken worden steeds breder erkend als een strategisch instrument in de strijd tegen klimaatverandering. Het geloof en vertrouwen dat de politiek dit probleem tijdig zal oplossen is immers nagenoeg verdwenen.
 
Gisteren werden er in bijna 100 steden en gemeenten verspreid over het hele land met respect voor de COVID-veiligheidsmaatregelen acties opgezet ter ondersteuning van de Klimaatzaak. Mensen verzamelden verkleed met zwarte trui en zelfgemaakte advocatenbef op de pleinen in hun gemeente,
Volg deze historische rechtszaak in de media. Meer achtergrondinformatie vind je op www.klimaatzaak.be.
 
(Met dank aan Sarah Tak wiens persteksten ik hier mocht citeren.)
 
DAG 1 16 maart
 
In deze zaal is vandaag de historische Klimaatzaak van start gegaan. De foto nam ik om 8 uur vanmorgen, ruim een uur voor het begin van de pleitzittingen, in het oude hoofdkwartier van de NATO. Architectuur, systeemplafond en belichting ademden nog de sfeer van de Koude Oorlog, ruim opgestelde stoelen en pijlen op de vloer bewezen dat het 2021 was, maar wat hier ter tafel lag was wel degelijk de toekomst. Na een reeks interviews met de massaal aanwezige pers (zelf sprak ik met VRT, RTBF-radio, RTBF-tv en LN24, terwijl Francesca Vanthielen, Ignace Schops, Serge de Gheldere, Tom Lenaerts en Nic Balthazar andere media te woord stonden) begon dan eindelijk het tribunaal. De drie rechters van de vierde kamer van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel kwamen binnen. De meer dan twintig advocaten die vooraan in toga zaten stonden op, samen met een vijftigtal toehoorders in de zaal. De audiovisuele pers werd gevraagd om de camera's op te bergen zodat het Hof kon beginnen.

Vandaag, morgen en overmorgen pleiten de advocaten van de Klimaatzaak. Eric Gillet stak indrukwekkend van wal: 'A priori, c'est foutu.' Dit waren de woorden waarmee de grootste rechtszaak uit de Belgische geschiedenis begon. 'In feite is het naar de zak. Over twintig jaar kennen we de barbarij.' Hij citeerde hierbij de Franse landbouwingenieur en europarlementariër Pierre Laurrouturou, auteur van "Aujourd'hui l'esprit se révolte: Crise sociale, crise climatique". Wat volgde was een gebald, maar indringend pleidooi over de waanzin van dit proces. Meteen legde meester Gillet het onthutsende argument van de advocaten van het Waalse gewest op tafel: 'De toekomstige generaties bestaan hypothetisch uit kinderen die nog geboren moeten worden. Dat zijn geen rechtspersonen.’ Hij hekelde het brutale 'misprijzen jegens de toekomst', de 'onwaarschijnlijke inertie' van de Belgische politiek en de 'banalisering van de klimaatopwarming'. Voor hem ging het om een imminent moreel vraagstuk en hij haalde er zelfs Kants categorische imperatief bij: „Handle so, dass du die Menschheit sowohl in deiner Person, als in der Person eines jeden anderen jederzeit zugleich als Zweck, niemals bloß als Mittel brauchst.“ Gebruik de andere nooit enkel als middel, maar steeds ook als doel.

Daarna was het de beurt aan Carole Billiet die in glasheldere termen de bredere empirische context van de klimaatopwarming schetste: de link tussen CO2 en opwarming, de vertraging tussen uitstoot en opwarming (wat we nu al merken is het effect van uitstoot in de jaren 80, al wat we sindsdien hebben uitgestoten, moet zich nog laten gelden). Ze vertelde over het ontstaan en de werking van het IPCC, van de COP-congressen, en vooral van de rol die België daarin telkens nam. Daardoor werd het mij steeds duidelijker dat de rechter de overheid niet tot nieuwe ideeën kan dwingen, maar hooguit aan haar eigen beloften moet herinneren. Practice what you preach, anders gezegd. Decennialang al beweert België klimaatopwarming ernstig te nemen en verkoopt het dure woorden, maar in de praktijk blijft daadkrachtig handelen stelselmatig uit. Daarmee verwaarloost de staat zijn primaire taak: die van de bescherming van zijn burgers. Meester Billiet sprak zakelijk en nuchter: 'De aarde is nu al 1 graad warmer, waardoor de oceanen zuurder worden en armer aan zuurstof. 70 procent van de wereld bestaat uit oceanen. Dus met 1 graad opwarming is al 70 procent van aarde veranderd.' Daarna ging het over België: 'De integriteit en de leefbaarheid van België zijn in reëel gevaar.' Met integriteit bedoelde ze dat ons grondgebied kan krimpen door zeespiegelstijging. Met leefbaarheid had ze het echt over het aantal doden die te wijten zijn aan hittegolven. Ze sprak de omineuze woorden: 'Il y a des gens qui meurent. Et il y a des autres qui vont mourrir.'

Op dat moment had ik een krop in de keel. Ineens besefte ik wat ik tegen die verzamelde pers had kunnen zeggen: dat mijn vader in de hittegolf van 2006 vroegtijdig was gestorven. Hij was nierpatiënt en dus zeer vatbaar voor hitte. Ik praat niet erg vaak over mijn privéleven in het openbaar, maar te beseffen dat mijn vader mogelijk een eind langer had kunnen leven indien overheden zoals de Belgische sneller waren opgetreden tegen de oorzaken van klimaatopwarming, was een pijnlijk inzicht. En daar zat ik ineens in die oude vergaderzaal van de NATO, gemaskerd te midden van gemaskerden. Het was 2021 en ik dacht aan 2006 en aan de jaren daarvoor toen hij nog gezond was. Mijn vader werd slechts 67 jaar.

Morgen ga ik opnieuw naar de rechtbank. Het is gewoon veel te belangrijk.
 
DAG 2 17 maart
 
Toen ik vanmorgen door weer en wind naar het oude NAVO-hoofdkwartier fietste, was dat omdat ik graag de tweede dag van de Klimaatzaak wou bijwonen. Gisteren had Carole Billiet, een van onze advocaten, het nog over "la banalité du catastrophique" gehad, de banalisering van de catastrofale klimaatcrisis die voor de deur staat. Ze trok een parallel met "the banality of evil" die Hannah Arendt waarnam op het beruchte proces tegen de SS-topfiguur Eichmann. Ik zette mijn fiets tegen een paal en dacht: er zal vast veel minder volk zijn dan gisteren, maar wat hier gebeurt, is historisch. Als een grote filosofe als Arendt de procesgang in Jeruzalem dag in dag uit volgde, dan moet ik misschien ook maar wat tijd vrijmaken om deze rechtszaak zo veel mogelijk bij te wonen.

Er waren drie rechters, twintig advocaten, zo'n vijftien politieagenten en vijftien bezoekers. Geen cameraploegen en voor zover ik kon zien geen journalisten.

Deze tweede dag stond opnieuw helemaal in het teken van de advocaten van Klimaatzaak. Meester Audrey Baeyens, een jonge advocate van het bureau Equal Partners waarmee Klimaatzaak in zee ging, weerlegde met grote precisie het argument dat de klacht van vzw Klimaatzaak en haar 58.000 mede-eisers niet ontvankelijk zou zijn. Terwijl de tegenpartijen zich beriepen op Belgische jurisprudentie uit de jaren 1980 die de actieradius van vzw's beperkte tot specifieke doelstellingen, verwees zij fijntjes naar de jongere VN-Conventie van Arhus uit 1998 dat in artikel 9.3 zeer duidelijk stelt: 'members of the public have access to administrative or judicial procedures to challenge acts and omissions by private persons and public authorities which contravene provisions of its national law relating to the environment.' Kortom, burgers mogen wel degelijk de overheid voor de rechter brengen inzake zo'n algemeen onderwerp als milieu. Ik ben geen jurist en al helemaal geen expert op vlak van milieurecht, maar het verbijsterde me dat de advocaten van de Belgische staat en de drie gewesten zo'n rommelige argumentatie hadden durven bovenhalen om de klacht onontvankelijk te laten verklaren. 't Was een beetje in de categorie: niet geschoten is altijd mis.

Vervolgens was het opnieuw de beurt aan Meester Eric Gillet, een ervaren advocaat die met grote ernst zijn trage zinnen formuleerde. Er was net zoals gisteren een opvallend contrast tussen zijn rustige toon en niet mis te begrijpen woordkeuze. Hij hekelde de 'hypocriete positie' en 'het tamelijk onthutsende cynisme' van de tegenpartijen die enkel 'perifere kwesties' wisten aan te snijden, met 'schandalige argumenten' zelfs, om het niet over de kern van de zaak te moeten hebben. Hij vroeg zich hardop af waarom zijn confraters zo 'hun eigen geloofwaardigheid wilden vernielen'. Sic! Uiteraard, wie voor de gerechtelijke procedure kiest, weet dat het procedureel kan worden, maar Gillet slaagde erin om telkens opnieuw naar de kern van de zaak terug te keren: België dat zijn klimaatengagementen niet nakomt en daarmee zijn burgers ernstig in gevaar brengt. 'België stemt in met internationale verdragen en kondigt engagementen af (hij had het zelfs over 'le show médiatique'), maar eenmaal thuis heeft het last om zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Klimaatverandering is voor elk (Europees) land lastig, maar België zit in de staart van het peloton. (...) We treuzelen. We draaien rondjes. We kijken naar elkaar om te zien wie wat doet.'

Ik was getroffen door het consequent morele register van zijn spreken, maar ontdekte ook hoe strategisch zijn pleidooi in mekaar stak. Pleiten, besefte ik ineens, is als snooker spelen: je moet niet alleen punten scoren door je eigen ballen te 'poten', maar ook door het speelveld voor de tegenpartij zo lastig mogelijk te maken. Onbereikbare ballen, onmogelijke hoeken, vastgezette spelsituaties. Dat deed hij op indrukwekkende wijze.

Wat die eigen ballen betrof: zijn redenering (en die van zijn team) steunt op twee principes, enerzijds artikel 2 en 8 van het Europees Verdrag van de Mens (recht op leven, recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven), anderzijds artikel 1382 en 1383 uit het Burgerlijk Wetboek. Die twee laatste artikels grijpen terug op de Code civil van Napoléon. Het eerste is kort maar krachtig: “Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze te vergoeden”. Het tweede is nog belangrijker: “Ieder is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke hij door zijn daad, maar ook voor die welke hij door zijn nalatigheid of door zijn onvoorzichtigheid heeft veroorzaakt”. Kortom, ook nietsdoen maakt de Belgische staat schuldig!

Maar terwijl Eric Gillet die grote rechtsprincipes toelichtte, sneed hij meteen ook de pas af van talrijke argumenten van de tegenpartij. Snookeren op hoog niveau. Hoezo de verdeling van de bevoegdheden in het federale België maakt klimaatbeleid lastig? Maar de verdeling van de bevoegdheden staat toch niet hoger dan de primaire verantwoordelijkheid van de overheden zeker! Hoezo de 'institutionele lasagne' van een federaal land maakt ons onmachtig? Maar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn toch ook federale landen! Hoezo de bevoegdheden zijn al te verkruimeld? Maar we hebben aan Europa toch geïntegreerde plannen beloofd--dan kan je je toch niet verbergen achter het argument dat de bevoegdheden versplinterd zijn! Hoezo de rechter kan jullie niet dwingen tot een samenwerkingsakkoord? Maar zo'n samenwerkingsakkoord was toch ook niet nodig om rond corona in actie te schieten!

Dat laatste werkte hij schitterend uit: ook de strijd rond corona gaat over een groot aantal bevoegdheden in tal van publieke domeinen en bij tal van overheden, maar daar heeft elk niveau zijn eigen plaats, daar wordt er wél geluisterd naar de wetenschappelijke consensus, daar komen er wél goede aanbevelingen, daar beseft men wél dat niet-handelen schadelijk, daar wordt wél alles in het werk gesteld om schade te vermijden, daar lichten ministers en experten in de media de maatregelen wél toe. 'Waarom kunnen we strijden tegen covid maar niet tegen het klimaat? Waarom heel die cinema dat het "lastig is om samen te werken" (in het federale België), terwijl we het nu volop doen tegen de pandemie? Quand on veut, on peut. En wat klimaatkwesties betreft is het duidelijk: on ne veut pas.'

Het hoogtepunt van de dag, zonder meer. Ik keek naar Serge de Gheldere, voorzitter van Klimaatzaak, die een paar stoelen verder zat en we tuitten onze lippen: wow. Ik kan niet alles in detail herhalen, drie uur juridisch Frans ben ik niet gewoon. Bovendien mocht ik geen geluidsopname maken en had ik geen toegang tot de gebruikte teksten. Ik moet het dus louter met mijn aantekeningen stellen. De advocaat zag ik trouwens enkel vanop de rug, tenzij ik naar een videoscherm keek, maar hij sprak, zoals iedereen in dit tribunaal, met zijn masker op. Zijn pleidooi werd af en toe onderbroken door precieze vragen ter verduidelijking van de rechter, mevrouw Malingreau, die zich al duidelijk goed in de materie verdiept had. Bij de meest technische vragen kwam het antwoord van Meester Billiet die opnieuw verblufte met haar ongelooflijke parate dossierkennis.

Ook over de schade-kwestie was Meester Gillet zeer scherp. Hoezo, België is te klein om verschil te maken? Maar waarom tekenen we dan al die internationale verdragen? Hoezo, andere landen lopen ook achter? Als iedereen schuldig is, is niemand schuldig: is het dat wat hier gesuggereerd wordt? Hoezo de mede-eisers ondervinden geen rechtstreekse schade door België's nalatigheid? 'Elk van die eisers zal de prijs betalen van het huidige gedraal: meer belastingen, meer besparingen, beperkingen van openbare diensten, beperkingen van zijn gezondheid, beperkingen van zijn vrijheid en andere fundamentele rechten. Hoe kan je dan beweren dat er geen individuele schade is?' Hij had het zelfs over 'liberticide', het doden van de vrijheid, door de nalatigheid van de overheden van dit land.

Op dat moment begon meester Gillet over zijn kleinzoon van twee: in 2100, wanneer de temperatuur minstens 4 graden warmer zal zijn bij ongewijzigd beleid, is hij tachtig. 'Dat is hooguit een mensenleven van hier. Maar het kan zijn dat hij op zijn dertigste al niets meer aan de situatie zal kunnen doen, omdat we dan voorbij het tipping point zullen zijn van gevaarlijke opwarming.' Hij verwees naar één van de bezoekers in de zaal die hij tijdens de koffiepauze had gezien: een jonge, zwangere vrouw. Haar kind zal in 2100 nog geen tachtig zijn. Ik keek naar het videoscherm aan het plafond. Rechtsboven, achter het beeld van de advocaat, zag ik de vrouw zitten: haar hoofd stond er niet op, maar haar groene wollen trui bolde op in zacht verwijtende stilte.

'Dient de overheid nog het algemeen belang?' vroeg Meester Gillet zich af. 'Of staat democratie gelijk met 'deresponsabiliseren', het afschuiven van de verantwoordelijkheid? En suggereren we dan dat alleen China en dictatoriale landen nog klimaatbeleid kunnen maken?' Hij verwees naar een recent interview met mij in Le Soir waar ik zei dat de nationale regering druk moet ervaren van boven (EU en VN), van onder (door de burgers) en van opzij (door de rechterlijke macht). 'Van de drie machten, mevrouw de voorzitster, is het gerecht de enige die niet aan myopie leidt. Zeg dan ook tegen de andere machten (regering en parlement): "Nadat u de feiten erkend heeft, heeft u beloftes gemaakt. Uw passiviteit (inaction) veroorzaakt schade." Geef hen de nodige bevelen. Vandaag is het nog mogelijk de Staat te verplichten tot actie, over tien jaar is dit niet meer het geval.'

Een indrukwekkend einde van een indrukwekkend pleidooi. 
Foto uit de informatiemap van gisteren: CO2-concentratie in de lucht in parts pro million (ppm) in de voorbije 800.000 jaar: altijd tussen 170 en 300 ppm. De afgelopen 50 jaar zijn we voor het eerst boven 300 ppm geklommen. Vorige maand zaten we aan 416 ppm.
 
DAG 3 18 maart

Vandaag heb ik iets ongelooflijks gezien op de derde dag van de Klimaatzaak. Het was de derde en laatste pleitzitting voor het advocatenteam van de vzw Klimaatzaak en haar meer dan 58.000 mede-eisers; vanaf morgen is het aan de tegenpartijen. Op de eerste dag belichtten de advocaten het algemene kader, de wetenschappelijke feiten en mondiale instituten zoals het IPCC (het wetenschappelijke klimaatpanel van de VN) en de COP (de jaarlijkse politieke wereldcongressen). Op de tweede dag ging om de ontvankelijkheid van de klacht en de aansprakelijkheid volgens het Belgische Burgerlijk Wetboek--ik schreef er gisteren een lange post over. Vandaag zou het gaan om het tweede luik van de juridische klacht: de internationale context van de mensen- en kinderrechten. In hoeverre was Belgiës nalatigheid een inbreuk hierop?

De sessie begon enkele minuten voor 9 uur. De kamervoorzitster, rechter Malengreau, herinnerde de toehoorders--we waren met een twintigtal vandaag, opnieuw geen pers, helaas--dat publieke blijken van goedkeuring of afkeuring niet gegeven mochten worden. Het gerecht moest in alle sereniteit de standpunten kunnen aanhoren. Niet applaudisseren dus. Goed dat ze dat zei, want anders had de zaal anderhalf uur later misschien wel een staande ovatie gegeven.

Een jonge juriste trad naar voren. Zij was de voorbije dagen nog niet aan het woord geweest. Linli Pan-Van de Meulebroeke bleek ze te heten, een Belgische van Chinese origine, 28 jaar oud. Ze legde haar papieren op de tafel voor haar neer en begon met grote ernst over het artikel 2 en 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) te spreken en artikel 6 en 24 van het VN-Kinderrechtenverdrag. Supranationale wetgeving dus. Het EVRM ontstond kort na de Tweede Wereldoorlog toen er van milieuvraagstukken nog geen sprake was. Kon het dan daarvoor wel worden ingeroepen? Ja, betoogde meester Pan-Van de Meulebroeke, de voorbije jaren heeft het Europees Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg al meermaals zaken behandeld waarin milieuvraagstukken werden geïnterpreteerd als schendingen van van het EVRM. Milieu, allemaal goed en wel, gold dat ook voor het klimaatvraagstukken? Daarover bleek het Hof in Straatsburg nog geen uitspraken te hebben gedaan, maar twee hangende zaken bevestigen het wel. In de zaak Agostinho vs. Portugal en 32 andere landen heeft het zeer onlangs een extreem belangrijke stap gezet. Die zaak heeft de media merkwaardig genoeg nauwelijks gehaald, maar in september vorig jaar had meester Carole Billiet er mijn aandacht op gevestigd: Cláudia Agostinho en enkele andere Portugese jongeren hadden 33 landen voor het EVRM gedagvaard ivm hun nalatige klimaatbeleid. Dat was zéér uitzonderlijk. Normaal mag je maar naar Straatsburg trekken nadat je in eigen land alle rechtsmiddelen hebt uitgeput (eerste aanleg, beroep, cassatie, etc), maar het Straatsburg noemde hun klacht ontvankelijk gezien de absolute urgentie van het klimaatvraagstuk en behandelde het zelfs prioritair. Ja dus, dat EVRM was wel degelijk van toepassing op klimaat. 'Dit geldt ook voor dit tribunaal,' zei de jonge advocate tegen de drie rechters, 'u bent de eerste garantie van de rechten van het Europees Verdrag van de Rechten van Mens (in dit land).'

De vraag was enkel: is er sprake van een concrete dreiging, een imminent gevaar dat te voorzien is? Met grote zorgvuldigheid verwees Linli Pan-Van de Meulebroeke naar eerdere processen in Straatsburg waar ook dreigingskwesties behandeld werden. Uit die jurisprudentie leidde ze af dat de klimaatcrisis een allesbehalve hypothetische, maar reële bedreiging vormde voor het leven en de gezondheid van de burgers. De naoorlogse wereld heeft nog nooit zo'n grootschalige bedreiging voor de mensenrechten gezien als nu. 'Ja, maar dat is pas in 2100,' anticipeerde ze de mogelijke tegenwerping. Nee, zei ze, nu al. 'Ja, maar u kunt de slachtoffers niet eens identificeren.' Nee, zei ze, het Hof vereist dat ook niet. Individuen moeten toch niet wachten tot ze bijna dood zijn om rechtsbescherming te krijgen? 'Ja, maar we hebben alle mogelijk maatregelen getroffen.' Mooi, zei ze, c'est déjà ça, maar het is onvoldoende. De internationale, objectieve, wetenschappelijke consensus is dat we onder de 1,5 graad opwarming moeten blijven om gevaarlijke klimaatopwarming voor te zijn. De huidige inspanningen zijn echt niet genoeg. En de gewesten en de federale staat moeten niet proberen de schuld op elkaar af te schuiven: geen enkele van de drie gewesten doet momenteel genoeg. België heeft de daardoor de al bij al nog milde en inmiddels al lang achterhaalde doelstellingen van Europa nooit gehaald. 'Staten hebben een grote marge van vrijheid in het bepalen van welke maatregelen er getroffen moeten worden. Wij laten die ruimte over aan de politiek.' Maar de basis was onmiskenbaar: 'Er is een reële dreiging, de autoriteiten weten het al lang, artikel 2 en 8 van het EVRM verplichten onze autoriteiten om maatregelen te treffen die voldoende zijn, er is internationale, wetenschappelijke consensus (over maximaal anderhalve graad opwarming), geen enkele partij heeft die maatregelen genomen.'

Het was adembenemend om haar bezig te zien. De grote rust en maturiteit waarmee ze sprak, de manier waarop ze een fijne juridische argumentatie ontwikkelde en tegelijk heel subtiel onverholen morele verontwaardiging liet blijken: het was groots. Ken je dat gevoel wanneer je naar de Koningin-Elisabethwedstrijd zit te kijken? Alle kandidaten spelen het opgelegde stuk technisch zeer goed, vaak zelfs virtuoos. En dan ineens komt er zo'n jonge violist of pianist op het podium staan en die spéélt dat stuk niet, die ádemt dat--met een gemak, met een aisance, met een lichtheid, alsof hij of zij het zelf geschreven heeft en het gewoon even laat horen. Je hebt mensen die muziek van binnenuit laten klinken en mensen die muziek van buitenaf laten horen. Die eerste noemen we kunstenaars, de tweede uitvoerders. Nooit gedacht dat het bij advocaten net zo was.

Over muziek gesproken trouwens: bij haar bespreking van het VN-Kinderrechtenverdrag (een no-brainer eigenlijk: The Lancet zei in 2019 dat het leven van elk kind dat nu geboren wordt in elke levensfase diepgaand beïnvloed zal worden door de klimaatopwarming), verwees ze ineens naar een kinderliedje--het mij onbekend liedje 'Respire', waarvan ze twee verzen citeerde: 'Il faut que tu respires,/ c'est demain que tout empire' (vrij vertaald: 'Adem maar goed, morgen wordt alles slechter'). 'Ik heb dat liedje honderden keren zorgeloos meegezongen,' zei ze, 'ik was 11 in 2003. De tekst was science-fiction voor mij, maar niet voor de Belgische overheid! Vandaag zijn kinderen bang voor de toekomst. In plaats van te dromen, vragen ze zich af of ze gaan overleven.'

Maar we mochten dus niet applaudisseren.

De rest van de voormiddag argumenteerde meester Audrey Baeyens dat gezien de ernst van de situatie een gerechtelijk bevel jammergenoeg noodzakelijk was. Meester Carole Billiet gaf aan hoe dat eruit moest zijn: de rechter moest 42-48 % reductie van CO2-uitstoot opleggen tegen 2025, 55-65 % tegen 2030 en 100% tegen 2050 ('netto zero'). Ze baseerde zich daarvoor op de meest recente wetenschappelijke berekeningen. 'Als men weet dat België nu nog maar 17,9 % reductie heeft gerealiseerd, geef ik de cijfers met de nodige schroom. Wat we vragen, is enorm. Maar het staat in verhouding tot wat er op het spel staat.' Meester Luc Depré besloot met de eisen van de Klimaatzaak op te sommen.

Na afloop van de zitting zag ik een Chinees echtpaar van middelbare leeftijd achterin de lege zaal zitten. Ze zaten er al voor de derde dag op rij. Het bleken de ouders van Linli Pan-Van de Meulebroeke te zijn. Ik raakte met hen in gesprek. Hij was lang geleden op 23-jarige leeftijd naar België gekomen waar hij geadopteerd werd door een Belgische vrouw. 'Ik heb twee moeders,' zei hij, 'mevrouw Van de Meulebroeke en mijn echte moeder in Sjanghai.' Zijn echtgenote bleek eveneens in China te zijn geboren. Ze spraken beiden perfect Frans. Hun briljante dochter kwam erbij staan, onwennig van de complimenten die ze alom kreeg. Het ontroerde mij nogal. Ja, de globalisering is een van de oorzaken van de klimaatopwarming, maar het is ook de reden dat deze migrantendochter, een jonge advocate van Aziatische origine drie oudere Belgische rechters moest herinneren aan de waarde van enkele Europese mensenrechten.
 
 
DAG 4 19 maart
 
Toen ik vanmiddag wegliep door de lange gangen van het oude NAVO-hoofdkwartier, foeterde ik tegen mijn maat Serge de Gheldere, voorzitter van Klimaatzaak: "Maar ik zou nog geen tweedehands broodrooster van die man kopen!" De pleitzitting liep uit, de raadsman van de Belgische federale staat was nog steeds bezig, de voorzitter had hem al gevraagd om af te ronden, maar ik hield het voor bekeken. "Laat staan een occasiewagen! Je stelt hem een vraag over de bougies en hij begint over de uitlaat. En dat het allemaal heel complex was. En dat ik dat niet mocht onderschatten. Tja."
Enkele uren eerder had ik nochtans de rechtszaal betreden met het stellige voornemen om de argumentatie van de tegenpartij alle kansen te geven. Ik zit daar niet als jurist, niet als journalist, maar als mede-eiser. Maar het is niet omdat je absoluut betrokken partij bent, hield ik mezelf voor, dat je niet open kunt staan voor alternatieve argumenten en visies die je zelf nog niet verkend hebt. Dat is het mooie aan justitie: op zijn best is het een strijd met slimme redeneringen die je kennis verrijken (op zijn slechtst is het een schimmenspel).
 
De dag begon heel interessant. Meester Nathalie Van Damme van het advocatenkantoor Elegis begon met de verdediging van de Belgische staat door te zeggen dat ze de ontvankelijkheid van de klacht niet betwistte, net zo min als het gevaar op schade. "De bezorgdheid is legitiem," zei ze. Ze ging voor "een open en constructieve aanpak", beseffende dat een rechtszaak met juridische argumenten wordt gevoerd. Haar betoog steunde op twee redeneringen. Ten eerste is de klimaatkennis in volle beweging en evolueert ze razendsnel. "We mogen de politiek van het verleden niet bekijken met de blik van vandaag. Dat is nochtans wat de eisers doen." Ze ging dertig jaar terug in de tijd, naar de Rio-top van 1992, om vanaf daar te vertellen wat we wisten op welk moment en wie wat beloofde. Mijn historische kennis in dit ongelooflijk complexe dossier was onvoldoende om haar analyse te kunnen beoordelen, maar in de geschiedschrijving is anachronisme (ook wel 'presentisme' genaamd) een doodzonde: het verleden evalueren met de kennis van later, met de inzichten van nu, is natuurlijk niet fair ten opzichte van de historische spelers van toen. Wel viel me op dat ze alléén over dat verleden sprak en niéts zei over de ellende die ons te wachten stond--het leek alsof er helemaal geen dreiging voor de mensenrechten was in haar relaas.
 
Haar tweede punt was redelijk simpel: uit de rapporten van het IPCC (het klimaatpanel van de VN) kan je niet rechtstreeks de maatregelen afleiden die België moet nemen om zijn uitstoot terug te dringen. Fair enough. Dat verloopt inderdaad via de EU. Het IPCC bepaalt hoe groot het carbonbudget nog is (hoeveel de wereld nog mag uitstoten tot 2050), maar bepaalt niet wie wat doet. Nogal een open deur. Ik kon me niet inbeelden dat de advocaten van Klimaatzaak daar geen raad mee zouden weten. Maar ik vond het best wel twee interessante punten die mijn kennis weer wat bijspijkerden.
Na haar was meester Guy Block aan de beurt, een expert op vlak van energie, klimaat en mobiliteit. Hij begon met een klassieke captatio ad benevolentiam: dat de pleidooien bijzonder pertinent waren, dat het ging om hoop en wanhoop, dat 62.000 ondertekenaars van de Klimaatzaak toch toonden dat er een groot draagvlak was, etc. Ik dacht: iemand die zo klassiek retorisch begint, zal vast hierna een coherent betoog presenteren. Dat viel lelijk tegen. Anderhalf uur lang volgde er een brij aan argumenten, cijfers, tabellen die na middernacht nog naar de rechtbank waren verstuurd en nauwelijks te volgen redeneringen waar geen enkele katachtige haar nazaten in had kunnen of wíllen terugvinden. De immer geduldige en nuchtere rechtbankvoorzitster Malengreau moest hem veelvuldig interpelleren. "Excuseer dat ik u opnieuw onderbreek, maar ik ben even niet mee." "Begrijp ik goed dat u beweert dat x of y?" Zijn hand-out voor de drie rechters ('pleitdossier' in het jargon, 'dossier d'audience') bevatte geen paginanummering en de volgorde van zijn eigen kopieën week af van wat de rechters hadden gekregen. "Wacht," zei de voorzitster op een bepaald moment, "nu zijn we alledrie niet meer mee."
 
Was het een bewuste tactiek, die verwarring stichten? Of was het authentiek, dat ongelooflijke zootje?
 
Ik probeer niettemin iets van zijn redenering te distilleren uit de oersoep van zijn pleidooi. Meester Block was het eens met drie zaken: 1) ja, we mogen maximaal 1,5 graad opwarming krijgen, 2) ja, we moeten tegen 2050 carbonneutraal zijn, 3) ja, we moeten in 2030 al 55% reductie van onze uitstoot hebben. Tot zover de helderheid. Maar hij was het niet eens met de Klimaatzaak-pleiters die stelden dat we tot 2020 slechte leerlingen waren geweest. Geritsel van papieren, gegoochel van cijfers, percentages van ETS en non-ETS target die we kennelijk toch zouden gehaald hebben, etc. "We zitten in de Europese middenmoot," zei hij, "we zijn niet de beste van de klas, we zijn Denemarken niet, maar we zijn ook niet slechtste. We doen het zoals onze buurlanden, zoals Frankrijk." Dat mocht, Europa stond nationale verschillen toe. Letland en Polen mogen, gezien hun voorgeschiedenis, nog wat langer vervuilen, andere landen steken nu al een tandje bij. Die variabiliteit kenmerkte de Europese aanpak, volgens hem. "Eisen dat elke lidstaat hetzelfde doet, komt erop neer dat je Europa miskent. C'est nier l'Europe. Ik ben een overtuigd europanist. Bovendien kan je niet doen wat je wilt, met Europa valt niet te lachen." Daar leek hij blijkbaar alle heil van te verwachten. De vraag van de eisers om een gerechtelijk bevel aan de Belgische staat en zijn drie gewesten op te leggen, zoals in de Nederlandse Urgenda-zaak was gelukt, wees hij resoluut van de hand: "Is onder juridisch voogdij plaatsen de oplossing? Europa is veel beter uitgerust dan uw rechtbank om dat te doen."
 
Ik ben de Europese instellingen inderdaad ontzettend dankbaar om het dwingende kader dat ze scheppen, ik beschouw de Green Deal als het meest ambitieuze wat de EU sinds haar ontstaan heeft geagendeerd, maar gezien de volkomen ontoereikende maatregelen van ons land met het oog op 2030 en 2050, vind ik dat er niet alleen druk van boven (Europa) moet komen, maar ook van opzij (de rechterlijke macht die de wetgevende en uitvoerende macht bij de les houdt).
 
Ja, nee, ja, nee. Ook daar had meester Block nog wel een mening over. De Klimaatzaak-eisers vragen dat het gerecht de overheid jaarlijks controleert. "Dat is zoals een tunnel in rijden waar er overal flitspalen staat, maar het gaat juist om de trajectcontrole. We moeten 2030 en 2050 bereiken, ja, maar daarbinnen moet er marge zijn om te maneuvreren." Op zich was dat juist: wat telt is die neutraliteit op het einde van de rit, maar de rechter merkte terecht op: "Maar volgens uw redenering mogen we tunnel inrijden aan 200 per uur, als we verderop maar vertragen en zelf een stukje achteruit rijden?"
 
Guy Block hamerde vervolgens op het belang van politieke vrijheid. "De politieke keuzes zijn complex. Moet de rechter die keuzes dan maken en de overheid onder curatele plaatsen?" Euh nee, meester Block, niemand heeft dat ooit gevraagd. Het gerecht maakt het beleid niet, het gerecht zegt alleen waaraan het beleid minimaal moet voldoen, je burgers beschermen bij voorbeeld tegen een groot, gekend en nu al zichtbaar gevaar waarover de mondiale wetenschappelijke consensus overweldigend is. Het gerecht moet de overheid herinneren aan de mensenrechten en kinderrechten, ongeacht of we gedateerde targets uit het verleden al dan niet gehaald hebben. Geen enkele advocaat van Klimaatzaak heeft ooit gevraagd dat de rechter zou beslissen of de kerncentrales open moeten blijven, of salariswagens moeten worden afgeschaft, of megastallen nog kunnen.
"Ik zeg niet dat we fier kunnen zijn, dat we niet beter kunnen doen, maar zeggen dat we slechte leerlingen zijn is wettelijk incorrect," besloot hij. Nadat hij de rechter geen enkele keer haar zin had laten afmaken, nadat hij haar telkens onderbroken had met uitroepen als "Mais oui! Bien sur! C'est clair!", nadat hij zijn stem meermaals had verheven om een punt te maken dat niemand begreep, nadat hij ruim over zijn tijd ging en zijn collega de pas afsneed die ook nog had moeten pleiten vandaag, dacht ik schamper: bon, misschien wil de Belgische Staat dit proces wel gewoon verliezen. Het zou in ieder geval handig uitkomen: dan kan je lastige maatregelen altijd op die rechterlijke uitspraak steken.
 
Maar wat een beschamende vertoning. En wat een contrast met het integere, loepzuivere pleidooi van Linli Pan-Van de Meulebroeke waar ik gisteren over schreef. Wat een contrast met de toewijding en de precisie van het advocatenteam van de Klimaatzaak.
 
Toen ik nog wetenschappelijk onderzoek deed in Leuven, Leiden en Cambridge heb ik aan veelvuldig congresbezoek drie grote ergernissen overgehouden : 1) sprekers die zich niet aan de tijd houden, 2) sprekers die hun punt niet kunnen maken en warrigheid prima vinden en 3) sprekers die hun publiek als idioten behandelen.
 
"We gaan er niet geraken," zei meester Block op een onbewaakt moment, "ik ben het eens met de Klimaatzaak, maar ik zeg u: Europa volgt ons met het vergrootglas." Wacht, kwam het nu wel of niet goed, met dank aan de EU? Nee toch, niet. "Er moet maatschappelijk draagvlak zijn. Ik wil het parlement niet disciplineren, maar tot waar gaat de sociale aanvaarding?" Bovendien, voegde hij eraantoe, de federale staat heeft eigenlijk geen eigen grondgebied, dat is verdeeld onder de gewesten. "Dus strikt genomen stoot de federale staat geen CO2 uit, behalve enkele generatoren van het Belgisch leger."
 
's Middags kreeg ik een sms van iemand die in de zaal zat: "Als hij zo nog twee uur verder had gepleit, moesten de advocaten van Klimaatzaak zelf niet meer pleiten."
 
Fijn weekend iedereen, ik geloof dat ik even twee dagen ga wandelen.
(Foto: de kantine van de rechtszaal)
DAG 5 20 maart
 
Doordat ik eergisteren een uur in het paradijs had gezeten, was ik klaar om vandaag de dubbele zitting van de Klimaatzaak aan te vatten. Halverwege mijn wandeling in de diepe Ardennen had ik langs een vergeten stuk van de Semois wat brood zitten eten. Twee buizerds draaiden rondjes boven de heuvels. Een koppel wilde eenden scheerde over het water. En dan ineens, na een uur, uit een bosje hoge dennen vlakbij, steeg een grote zilverreiger op. Stil, groots, majestueus. Meer dan anderhalve meter spanwijdte. Het zonlicht viel door de witte vleugels, als vormden ze een parasol. Het zwarte silhouet van de naaldbomen, die lichtgevende engel daartussenin. Niets anders dan het geklater van het water. Prachtig.
 
Enfin, klaar voor de NAVO dus.
 
Als mij één iets opviel tijdens deze lange zitting, was het wel de rol van de voorzitster van de rechtbank van eerste aanleg. Rechter Malengreau bleek onvermoeibaar. Meer dan zes uur lang luisterde ze naar het verweer van de federale staat en het Waalse gewest, met een concentratie, focus en scherpzinnigheid die bij alle partijen respect afdwongen. Werkelijk niets ontsnapte aan haar aandacht. Terwijl haar twee mederechters tot nog toe geen enkele vraag stelden, ging er bij haar geen kwartier voorbij zonder een opmerking. Haar microfoon staat al sinds het begin van het proces permanent open. Het rode lampje gaat niet uit. Als een redenering haar niet helemaal helder was, vroeg ze meteen om verduidelijking. Als iemand met een nogal vergezocht argument afkwam, vroeg ze door. De manier waarop ze interrumpeerde, was telkens vriendelijk en bescheiden: "Neem me niet kwalijk dat ik u onderbreek, maar het is mij niet helemaal duidelijk hoe u dat bedoelt." Soms moest ze naar haar woorden zoeken om haar gedachten vorm te geven. "Begrijpt u wat ik bedoel?" Soms was ze niet te beroerd ze zichzelf te corrigeren: "Ach ja, natuurlijk. Ik dacht het hier om procenten ging. Dank u. Gaat u verder." Soms legde ze iemand beleefd op de rooster: "Hoe bedoelt u dat, het Grondwettelijke Hof is het 'natuurlijke hof' voor deze kwestie. Heeft de rechterlijke macht dan geen rol te spelen?"
 
Ik begreep dat ze op voorhand de hele lijst met namen van de 58.500 mede-eisers gespeld had om te zien of er geen belangenconflict was met haar persoon!
 
Tijdens de koffiepauzes en de lunchpauzes verdwijnt zij met de andere twee rechters backstage. In de kantine waar wij treurige sandwiches met treurige drankjes nuttigen, komt zij niet. Nog niet één keer heb ik haar buiten de zitting om met een van de partijen zien praten. Wanneer het hof weer samenkomt, gaat er een belletje, veert de zaal overeind en hervat ze haar taak.
 
"Ze is uitstekend," zei een advocaat van een van de tegenpartijen die ik tijdens een koffiepauze sprak. Ik probeer immers niet alleen met medestanders te praten: een mens leert soms meer bij van zijn tegenstanders. Het stelde me zeer gerust dat ze ook aan de overzijde zoveel legitimiteit genoot: "Ze is echt zeer goed ingewerkt in het dossier en ze stelt zeer goede vragen." "Ja," zei een andere juriste, "en ze is ook nog eens humaan." Iedereen looft haar onpartijdigheid en professionalisme.
Hoe je tegelijk zoveel gezag kunt uitstralen en toch zo menselijk kunt blijven is echt zeer indrukwekkend. Wat de uitspraak ook wordt die zij en haar twee mederechters over enkele maanden zullen geven (de zittingen lopen tot vrijdag, de uitspraak komt pas in de zomer), ik ben nu al erg onder de indruk van haar integriteit en ernst.
 
De zes uur vandaag waren lang en technisch, ik vat kort samen. Vorige week vroegen de advocaten van Klimaatzaak om de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren en formuleerden ze 7 eisen.
 
De rechtbank werd gevraagd, en nu parafraseer ik hun teksten:
 
1° vast te stellen dat België en de drie gewesten uiterlijk tegen 2030 het totale volume van de jaarlijkse broeikasgasemissies vanaf het Belgische grondgebied niet met 40% of minstens 25% hebben verminderd ten opzichte van het niveau van 1990;
 
2° te zeggen dat onze overheden aansprakelijk zijn (volgens de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek) omdat zij zich bij het voeren van hun klimaatbeleid niet als goede huisvaders gedragen en aldus de belangen van de verzoeksters schaden;
 
3° te zeggen dat onze overheden de fundamentele rechten van de verzoeksters schenden, meer bepaald de artikelen 2 en 8 van het EVRM en de artikelen 6 en 24 van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind;
 
4° de overheden te bevelen de nodige maatregelen te nemen om België ertoe aan te zetten de totale jaarlijkse broeikasgasemissies vanaf het Belgische grondgebied te verminderen of te doen verminderen met het oog op:
- tegen 2025, een vermindering met 48%, of minstens 42%, ten opzichte van het niveau van 1990;
- tegen 2030, een vermindering met 65%, of minstens 55%, ten opzichte van het niveau van 1990;
- tegen 2050, een netto nuluitstoot;
 
5° de zaak systematisch op te volgen om na te gaan of de verweersters de opgelegde doelstellingen tegen de deadlines van 2025 en 2030 hebben gehaald;
 
6° de overheden gezamenlijk te veroordelen tot de betaling aan Klimaatzaak vzw van een dwangsom van 1.000.000 EUR per maand vertraging bij het bereiken van het opgelegde doel voor 2025;
 
7° te noteren dat Klimaatzaak vzw die eventuele dwangsommen volledig wil aanwenden in overeenstemming met haar maatschappelijk doel.
 
Ik heb het "legalees" ietsje leesbaarder gemaakt, maar daar komt het in essentie op neer. Het is tegen die 7 eisen dat de tegenpartijen zich nu verweren. Vrijdag had de Belgische staat al tegen punt 1 drie argumenten ingebracht: a) je mag niet met de kennis van vandaag naar de politiek van gisteren kijken, b) je kan niet uit de rapporten van het VN-Klimaatpanel rechtstreeks Belgiës verplichting afleiden, c) je kan niet zeggen dat we 2020 niet gehaald hebben.
 
Vandaag ging het om punt 2, 3, 4, 5 en 6--over punt 7 doet niemand moeilijk. Aansprakelijk (punt 2)? De overheden zijn niet de enige verantwoordelijken. Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (punt 3)? Maar er is geen onmiddellijke dreiging voor het leven van de mede-eisers. Bovendien is België maar deels verantwoordelijk: zelfs als het alles doet wat het kan en de buurlanden doen toch verder, krijgen we toch opwarming. Een gerechtelijk bevel (punt 4)? De rechter kan zich toch niet op de stoel van het parlement en de regering gaan zetten. "U kan eventuele nalatigheid vaststellen, maar in welke mate kunt u de wetgevende en uitvoerende macht bepalen?" Een collectieve dwangsom (punt 5)? U moet toch minstens het proportionele aandeel van elk van de vier beklaagden bepalen. En waarom zo snel na de deadlines van 2025? De politiek moet toch zijn werk kunnen doen. En waarom zo'n hoge som van een miljoen per maand (punt 6)? Waarom niet 1 symbolische euro?
 
Ja, op alle slakken werd er zout gelegd. De conclusie werd gepresenteerd door Meester Nathalie Van Damme: "Niemand kan ontkennen dat de klimaatopwarming reëel is. België beseft dat en past zich aan in functie van de nieuwe kennis. Die bewustwording is reëel, getuige de regeerverklaring van september 2020 en de Green Deal van Europa. Ja, de Belgische klimaatpolitiek ontstaat vaak moeizaam ('dans la douleur'), maar ze boekt resultaten. België is niet de beste van de klas maar ook niet de slechtste. De rol van de rechter is niet om aan politiek te doen. Men kan de staat sanctioneren, ja, maar men mag geen klimaatpolitiek opleggen. Nog meer ambitie koesteren is respectabel, maar dat moet dan van parlement en regering komen."
 
De verdediging van het Waals gewest zat goed ineen. Er waren vier pleiters die elk een deel van de argumentatie op zich namen. Sommige redeneringen overlapten met die van de federale staat. Nieuw was de vaststelling dat Wallonië sinds februari 2014 een klimaatdecreet heeft met concrete doelstellingen en scenario's om de uitstoot te reduceren. In hoeverre was het Waals gewest dan wel aansprakelijk (punt 2)? "De eisers schieten met een juridische magische kogel op 4 entiteiten (de federale staat en de drie gewesten) en 2 machten (de wetgevende en de uitvoerende). Dat zijn 8 niveaus samen en dat leidt tot een weinig nauwkeurige actie." Bovendien, hoe kan de rechter ons eventueel reductiepercentages opleggen (punt 4) als er al cijfers in ons Waalse decreet staan? Zo'n dwangbevel zou dat democratische gestemde decreet dan veranderen? Eveneens origineel was de poging om de primaire ontvankelijkheid van de klacht terug in twijfel te trekken: een vzw zoals Klimaatzaak kan geen schadevergoeding voor iets dat groot is. "Bij een olieramp kunnen vissers een vergoeding vragen voor individuele schade (gederfde inkomsten, b.v.), maar niet voor de milieuschade." Klimaatzaak en haar mede-eisers vragen dus iets veel groters dan ze strikt genomen kunnen krijgen, besloot Meester Pierre Moëryck. "Dat geraakt niet door de deur van een rechtbank."
Kortom, we zijn nog niet bij de nieuwe patatjes.
(Foto: kunst en veiligheid in de gangen van het voormalige NAVO-hoofdkwartier. In de gerechtszaal zelf mag niet gefotografeerd worden, maar het gebouw heeft zijn eigen, welja, esthetica.)
 
DAG 6 21 maart
 
Maar hoe vaak nog ga ik advocaten horen zeggen dat de Belgische overheden 'geen slechte leerlingen zijn' (Meester Block, vrijdag), dat we 'niet tot de beste, maar ook niet tot de slechtste van de klas behoren' (Meester Van Damme, maandagmorgen), dat het Waalse gewest zelfs 'een goede leerling is' (Meester Moërynck, maandagmiddag)? Vzw Klimaatzaak en haar 58.500 mede-eisers vragen dat de overheden zich 'gedragen als goede huisvader', maar wat krijgen we als antwoord? Dat het vlijtige scholieren zijn! Wij vragen om verantwoordelijke volwassenen en in de plaats krijgen we naarstige kinderen voorgeschoteld--vlijtig in de weer met schaar en Pritt, zo lijkt het wel. Als je dan weet dat er nauwelijks contact is tussen de drie gewesten en de federale Staat, dat de vier ministers in een recent verleden nauwelijks met elkaar praatten, dat 'het Belgische klimaatbeleid'--datgene waarop Europa ons afrekent--vaak niet meer is dan het nietje dat door de rapporten van Vlaanderen, Wallonië en Brussel wordt geklopt, als je dat allemaal weet, word je toch niet goed van die infantiele beeldspraak? Je denkt echt aan kleuters die tijdens het knutseluurtje met de tong in de mondhoek elk voor zich een prentje aan het uitknippen zijn. Metaforen doen ertoe, mensen. Ze verraden het denken en sturen het handelen.
 
Want wat zegt het beeld van die 'goede of slechte leerling' eigenlijk? Dat klimaatbeleid iets is dat we helaas moeten doen, net zoals de leerplicht, vaak onaangenaam, maar jammergenoeg noodzakelijk. Dat we enkel kunnen gehoorzamen. Dat lijdzaamheid onze conditie is. Dat we de directieven van bovenaf goedschiks of kwaadschiks moeten ondergaan. De EU is ons schoolhoofd, het IPCC de inrichtende macht, we hebben geen keus, maar we doen ons best. 't Is niet anders.
 
Maar enfin toch!
 
Tot nog toe heb ik geen enkele advocaat horen zeggen: klimaatpolitiek is een kans, hier kunnen we actief verschil maken om een betere samenleving vorm te geven. Geen van de verweerders verwijst naar die recente studie van Eurofound (2019) die aantoont dat binnen Europa België relatief gezien het meeste te winnen heeft bij een implementatie van het Verdrag van Parijs met een verwachte stijging van het BNP met 2,2% en van de werkgelegenheid met 0,9%. Het is goed voor de economie en voor de jobs! Ook studies van Stanford (2017) en Nature (2020) wijzen in dat scenario op macro-economische voordelen voor landen als België. Ik zou zo graag advocaten uit een ander vaatje horen tappen dan dat van flink-je-best-doen, hen een discours horen houden dat overheden als volwassenen portretteert die moed en ambitie aan de dag leggen om een gezonder land en samenleving te creëren, in plaats van vlijt en een matig schoolrapport.
 
*
Vandaag waren de advocaten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan de beurt, de kleinste van de gedagvaarde entiteiten. De twee pleiters begonnen gelukkig niet met allerlei beeldspraak over leerlingen en klassen, maar ze staken wel van wal zoals alle vorige verweerders. Nogal voorspelbaar heette het: ja, we erkennen de feiten en de ernst van de situatie, maar in een rechtbank zijn we 'om recht te spreken'. Die had ik de voorbije dagen ook al wat te vaak gehoord. 'Ja, het is ernstig, maar ici, je fait du droit.' 'Ja, de feiten zijn wat ze zijn, maar jammergenoeg kunnen we niet buiten de rechtsstaat.' 'De bezorgdheid is legitiem, maar hier gaat om de juridische argumenten.' Etcetera. Tal van variaties hierop, telkens opnieuw. Variaties die een vals onderscheid maken tussen de hoge idealen van de Klimaatzaak en de serieuze rechtspraak die zij nu even gaan beoefenen. Alsof idealen enkel naïef konden zijn en tegenargumenten enkel doordacht. Tsk! Alsof de juristen van de vzw zelf geen ernstig werk hadden verricht.
 
Ok, ik begrijp best de logica: de aanklachten van de Klimaatzaak zijn bepaald ernstig (nalatigheid, schendingen van de fundamentele rechten, schending van de kinderrechten), de eisen zijn zwaar (een veroordeling, een dwangbevel, een dwangsom) en een overheid wil zich daar met alle macht tegen verweren. Dat betekent: 'rigoureus weerleggen' van de aantijgingen, zoals het vanmorgen heette, en dus gedetailleerd zeggen waarom de klacht onontvankelijk is, waarom het Burgerlijk Wetboek, het Europees Verdrag van de Mens en het VN-Kinderrechtenverdrag niet van toepassing zijn, waarom er geen eenduidig causale link is tussen schuld en schade, waarom een dwangbevel de scheiding der rechten kan schaden, waarom een dwangsom onaangenaam is, waarom de wereld veranderd is de laatste jaren, waarom er inmiddels al veel positieve engagementen zijn aangegaan, etcetera, etcetera. (Weinig nieuws gehoord vandaag, eerlijk gezegd.) En ik begrijp dat: pleiten is een denksport en alle flanken moeten worden afgedekt. Maar wat ik niet begrijp, is dat enorme contrast tussen de grote helderheid waarmee de advocaten van Klimaatzaak op de eerste drie pleitzittingen hun zaak uiteenzetten, en de onwaarschijnlijke warrigheid van alle pleitzittingen nadien. Alsof we van een duintop plotseling in een mollenstelsel zijn beland. Bochtige redeneringen, donkere argumentaties, schimmige precedenten waar zelfs de rechter geregeld om verduidelijking over moet vragen. Waarom toch al dat gekonkelfoes? Moet elke verdediging zo'n kluwen zijn?
 
Ik loop al dagen met een heel simpele vraag rond. Waarom zegt geen enkele tegenpartij: 'Ja, we zijn tekortgeschoten. We hebben te weinig gedaan om onze burgers van nu en later te beschermen. We zijn te laat in gang geschoten, we hebben niet of weinig samengewerkt, we hebben de korte termijn van het herverkozen worden belangrijker geacht dan de lange termijn van het leefbaar houden. Dus daarom: veroordeel ons. Geef ons een middel om meer te doen. We kunnen het niet alleen. Deze uitdaging is te kolossaal voor regering en parlement alleen, ons model stamt uit de negentiende eeuw, maar dit hier is de eenentwintigste eeuw. We hebben alle machten nodig die de Grondwet erkent, dus ook de rechterlijke macht. Mevrouw de Voorzitster, meneer en mevrouw de rechter, help ons. Help ons uit de nood. Help ons vooruit. Veroordeel ons.'
Maar niemand die dat zegt.
 
*
 
Hebben die dan geen gewetensnood?
 
*
Ik wil hier niet gemakkelijk scoren bij bepaalde kringen, maar de sterkste krachten op dit proces lijken mij trouwens de vrouwen te zijn: rechter Sabine Malengreau waar ik gisteren over sprak, meester Linli Pan-Van de Meulebroeke waar ik vorige week over schreef, meester Nathalie Van Damme die de Belgische Staat verdedigt. Als zij het woord nemen, staan we weer op de duintop. Maar ook meester Eric Gillet maakte grote indruk tijdens de openingszitting.
 
*
Ook dit besefte ik nog vandaag: efficiënt klimaatbeleid is niet gemakkelijk binnen een electorale democratie, en al helemaal niet binnen een federale electorale democratie. Voor elke democratie geldt: 2050 lijkt nog zo veraf en de verkiezingen zijn zo dichtbij. Maar in een federale democratie is de macht verdeeld tussen de nationale staat en de regio's of gemeenschappen. De Nederlandse Staat werd veroordeeld met de historische Urgenda-zaak, de Franse Staat werd onlangs veroordeeld met de Affaire du Siècle, maar dat zijn unitaire staten, zelfs sterk gecentraliseerd. België is een federale staat. Wallonië en Brussel doen het qua inspanningen en resultaten daadwerkelijk beter dan Vlaanderen, maar toch zijn ze gezamenlijk met de federale Staat verantwoordelijk voor het gevoerde klimaatbeleid. Hoe de rechter hierover moet beslissen, lijkt mij aartsmoeilijk.
 
*
Vandaag zat ik te pennen tussen vijf andere toehoorders die elk op een laptop werkten. Dat voelde nogal archaïsch. Maar ik hoorde dat zij het ook lastig hadden met het onnavolgbare konkelen dat voor 'recht spreken' door moest gaan. Het bleef meermaals lang stil naast me. Pas als er even een moment van helderheid was, als de mol van de rede even bovengronds kwam, hoorde ik de toetsenborden roffelen.
 
En ondertussen warmde ook vandaag de aarde verder op.
 
 
DAG 7 22 maart
 
Vandaag ben ik van mijn stoel gevallen op de Klimaatzaak. Het was de laatste dag waarop de verweerders mochten pleiten en Vlaanderen was als laatste aan de beurt. Hoezo, het grootste gewest van het land qua bevolking, het rijkste, het bedrijvigste mocht kwam nu pas aan het woord? Voor wie daar eventuele vragen bij stelt: het is de schuld van de ouders van minister-president van Jan Jambon. Letterlijk. De volgorde van de gewesten werd immers bepaald in functie van de leeftijd van de respectieve minister-presidenten: Elio di Rupo (Waals Gewest) is van 1951, Rudi Vervoort (Brussels Hoofdstedelijk Gewest) van 1958, Jan Jambon (Vlaams Gewest) van 1960. Vandaar dus.
 
*
 
Het pleidooi van het Vlaamse Gewest werd gebracht door de jonge advocate Marie-Louise Ricker van het kabinet Publius. Ze sprak helder en concies--waarmee ze de eerdere indruk bevestigde dat het de vrouwelijke juristes zijn die dit proces bepalen. Van de drie voorziene uren had ze slechts één uur nodig om haar verhaal te brengen. De punten die ze aanhaalde waren niet nieuw, maar ik vat ze toch even samen en ik doe dat aan de hand van de zeven eisen die ik eergisteren al aanhaalde.
 
Meester Ricker vond de klacht niet ontvankelijk (het 'nulde' punt) omdat a) het tribunaal niet de scheiding der machten kon respecteren: 'Uw tribunaal kan geen doelstellingen opstellen voor het verminderen van onze uitstoot. Dat is de harde kern van de politiek. Het Vlaamse Gewest betwist dus de bevoegdheid van dit tribunaal om hierover uitspraak te doen'; omdat b) de eisers niet kunnen aantonen dat ze directe en individuele schade ondervinden: 'Het gaat hier om toekomstige, mogelijke, hypothetische schade. De hele actie is bovendien gericht op het algemene belang, niet het persoonlijke belang van de eisers. Een mogelijke veroordeling zal geen direct gevolg hebben voor de eisers. Daarom is hun klacht niet ontvankelijk'; omdat c) de eisers eigenlijk het Europese en internationale klimaatbeleid aankaarten, maar het verkeerde niveau viseren: 'De impact van het Vlaamse Gewest is miniem. Een veroordeling zal het verschil niet maken. Ze hadden beter de EU voor de rechten kunnen slepen.'
 
Vervolgens bestreed ze de concrete eisen van de vzw Klimaat en haar 58.500 mede-eisers.
 
Punt 1: België en zijn gewesten doen niet genoeg? De verdediging vroeg aandacht te hebben voor de specifieke aspecten van Vlaanderen: een klein, dichtbevolkt gewest met veel industrie en hoge mobiliteit, waar verschillende noden telkens tegenover elkaar moesten afgewogen worden. 'Je kan de haven van Antwerpen sluiten, dat zou zeer goed zijn voor het klimaat, maar catastrofaal voor de economische en sociale welvaart.' Binnen die parameters vond de juriste dat de Vlaamse klimaatpolitiek getuigde van een 'ambitieuze, maar realistische houding'. Haar woorden. 'Vlaanderen doet niet niks'. Ze verwees naar verschillende initiatieven voor het renoveren en isoleren van gebouwen, de investeringen in zonne-energie en zonnepanelen, het windplan met nieuwe windmolens, het relanceplan van september 2020 waar klimaat en milieu meewegen. Ze overliep de cijfers van 2016 tot 2020, gaf toe dat Vlaanderen in 2019 en 2020 over de schreef is gegaan, maar hield vol dat dat mocht omdat het de jaar daarvoor eerder zuinig was geweest. Het carbonbudget als vakantiedagen: wat je niet opmaakt, neem je mee naar volgend jaar. 'Vlaanderen heeft zijn verplichtingen gehaald en kan men wat dat betreft geen verwijten maken. Ook in de toekomst blijft het ambitieus op de lange termijn denken.' Tegelijk zei ze dat je uit de rapporten van het IPCC (VN-Klimaatpanel) en het UNFCCC (United Nations Framework Convention on Climate Change) voor Vlaanderen geen juridische, dwingende consequenties kon afleiden. "Uw tribunaal is dus niet bevoegd," voegde ze er nog eens aan toe.
 
Punt 2: aansprakelijk volgens het Burgerlijk Wetboek, artikel 1382 en 1383? 'Maar het Vlaams Gewest doet wat elke gelijkaardige entiteit in die context zou doen. Il faut comparer des choses comparables! Het voert een moderne en proactieve klimaatpolitiek.'
 
Punt 3: schending van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens? Maar het Europees Hof in Straatsburg moet zich nog steeds uitspreken in de eerste klimaatzaak.
 
Punt 4: een gerechtelijk bevel? 'U bent niet bevoegd. De maatregelen van de eisers gaan zelfs verder dan wat er internationaal en Europees nu gevraagd wordt, ze missen dus een juridische basis.' (Noot van de redactie, van mij dus, ik die mij hier al de hele tijd zit in te houden om fair te blijven: ze vragen wat er wetenschappelijk alom geweten is om onder de drempel van gevaarlijke opwarming te blijven.)
 
Punt 6: een dwangsom? Die kunt u ons niet collectief ('in solidum') opleggen: 'Het Vlaamse Gewest beschikt over specifieke bevoegdheden. Vlaanderen heeft niks te zeggen over hoe de anderen het doen. Als één gewest in gebreke blijft, kunt u een ander die wel zijn best heeft gedaan dat niet verwijten.'
 
Kortom, nothing on the hand! Vlaanderen is goed bezig en valt eigenlijk niks te verwijten. Het leek wel alsof alles in de sjakos was en de kolossale verwoesting van de planeet een vorm van blikschade uit het recente verleden was, waar men dankzij enig klopwerk op de carrosserie inmiddels flink mee opgeschoten was.
 
*
 
Klimaatbeleid in dit land: de bluts tegen de buil. Het maakt wat lawaai, maar we komen er wel. Terwijl we in werkelijkheid met een plastiek hamertje tokken tegen een berg van graniet.
 
*
 
De voorbije procesdagen heb ik het afgeleerd om mij op te winden. Tenenkrullende beweringen, afwimpelende gebaren, sussende conclusies: ik onderga het inmiddels lijdzaam. Ik zie die advocaten als een soort pionnen binnen een grotere machinerie, radertjes die nu eenmaal in een bepaalde richting draaien omdat dat hun taak is. Omdat ze kennelijk denken dat dat hun taak is.
 
En toch viel ik van mijn stoel. Rechter Malengreau zei, met de haar gekende vriendelijke, bijna excuserende toon, dat haar een paar dingen toch nog niet helemaal klaar waren. "We hebben een beetje meer cijfers nodig," zei ze. Geen internationale cijfers, nee, het had statistieken en percentages gehageld de voorbije week, maar "des chiffres belgo-belges, des chiffres infra-belges." Ze begreep dat er al twee keer in de recente geschiedenis een afspraak tot het verdelen van de lasten was gemaakt, een zogenaamde 'burden-sharing': voor de periode 2008 tot 2012 en voor de periode 2013 tot 2020. "We hebben verduidelijking nodig. Gaat dat allemaal over non-ETS sectoren (sectoren die buiten het Europese emissiehandel vallen: transport, landbouw, woning, industrie en afval)?" Ja, zo knikten verschillende advocaten. "Maar kunt u mij dan de komende uren een tabel bezorgen over de doelstellingen van de burden-sharing, de reële emissies en de percentages van elkeen, om te zien waar we nu staan?"
 
Ik wist niet wat ik hoorde. Dertien jaar na het begin van de eerste burdensharing-periode, zes jaar nadat de Klimaatzaak aanhangig werd gemaakt, zeven dagen nadat het proces begonnen was, moest de rechter nog steeds het meest elementaire document van beleidsvoering opvragen, nee, niet opvragen, zelfs nog laten opstellen! Inwoners van dit land: we zitten dus met overheden die geen benul hebben van waarmee ze bezig zijn. Vier plastic hamertjes die tikken op graniet. Er is een algemene norm van bovenaf gekomen, iedereen morrelt wat in de marge en als ze samen ter verantwoording worden geroepen, antwoorden ze een week lang met de beroemde woorden van de grote Jamaicaanse rechtsfilosoof Shaggy: 'It wasn't me!' Ik vond het, eerlijk waar, hallucinant. Ok, simpele vragen vergen vaak lastige antwoorden en een eenvoudige tabel bestaat soms uit massa's rekenwerk. Maar dat dit land vandaag, anno 2021, een halve eeuw na het Rapport van de Club van Rome, geen tabel kan voorleggen waarin staat wat we gezamenlijk gingen doen, wie wat voor zijn rekening ging nemen en hoever eenieder daarmee staat, dat vond ik om van te duizelen.
 
Alleen al het ontbreken van zo'n overzicht maakt deze rechtszaak zo noodzakelijk. Begin eindelijk eens te werken aan iets dat op een coherent klimaatbeleid lijkt, doe dat in overleg met elkaar en hou de vorderingen bij.
 
Morgen geven de advocaten van Klimaatzaak hun replieken. Ook de grote Nederlandse jurist Roger Cox zal pleiten. Overmorgen mogen de Staat en de gewesten nog een laatste keer weerwoord geven. Dan is het voorbij en begint het lange wachten op het oordeel.
 
 
(Foto: catering tijdens de Klimaatzaak. 's Ochtends kan je in de gang een broodje bestellen voor de lunch.)
 
DAG 8 23 maart
 
 
"Het is misschien een wat strenge regel," zei rechter Malengreau helemaal op het eind van de zitting vandaag, "maar ik moet u echt vragen niet te applaudisseren." Het was de voorlaatste procesdag en de laatste waarop de advocaten van de Klimaatzaak mochten spreken. De drie uur lange replieken waren net indringend samengevat door meester Eric Gillet, die hiermee het allerlaatste pleidooi uit zijn lange loopbaan als advocaat gaf. Het werd een grandioos orgelpunt dat herinnerde aan de essentie van het recht zelf. Het publiek, dat veel talrijker was opgekomen dan de voorbije dagen, was zichtbaar aangedaan. Ik kom er straks op terug.
 
Als deze dag ons iets leerde, was het opnieuw de goede samenwerking tussen de juristen van de Klimaatzaak. Wat een contrast met de voorbije dagen waar de advocaten van de verwerende partijen telkens voor eigen winkel spraken (de Belgische Staat, het Waalse, Brusselse of Vlaamse Gewest). Meesters Carole Billiet, Linli Pan-Van de Meulebroeke, Luc Depré, Audrey Baeyens en Eric Gillet daarentegen hadden de taken goed verdeeld om coherent op de belangrijkste bezwaren van de verdediging in te beuken. Ik overloop ze alle zes--de replieken waren bij momenten snoeihard maar helaas zeer terecht.
 
1. "U mag niet met de kennis van vandaag kijken naar de politiek van gisteren," hadden de advocaten van België en Vlaanderen beweerd. Ah nee? Carole Billiet ging er eens goed voor gaan staan, "pour recadrer le recadrage" die ze tot twee keer als "erroné" omschreef, foutief. Hoe kon je nu beweren dat het IPCC pas in 2018 de maximale temperatuurstijging had bijgesteld van 2 graden naar 1,5 graad en dat dat nieuw was? "Wat wist België wanneer?" vroeg ze zich af. Ze overliep de grote VN-klimaatconferenties vanaf 2007 om aan te tonen dat die anderhalve graad niet onlangs "als een konijn uit een hoed was getoverd". Al vanaf de Klimaattop van Kopenhagen in 2009, de zogenaamde COP15, werd die 1,5° vermeld. "België was noodzakelijk op de hoogte van dit alles. De COPs werken met het principe van de consensuele besluitvorming. België heeft daarmee ingestemd en heeft zich geëngageerd." Voilà, dat was een tegenargument van de tafel.
 
2. "Maar we hebben onze engagementen gehaald". De advocaten van de federale Staat, maar ook van de gewesten waren daarmee afgekomen. Linli Pan-Van de Meulebroeke kon het niet laten passeren. "How dare you!" zei ze. België is al sinds de historische Top van Rio in 1992 lid van het UNFCCC (United Nations Framework Convention on Climate Change). "In 2007, in 2009, in 2010, in 2011, in 2012, in 2015... heeft het zich duidelijk geëngageerd om zijn uitstoot tegen 2020 met 40 procent te verminderen of tenminste 25 procent. En wat zegt de verdediging van de Belgische Staat: dat we op 18,9 procent staan! 'Chez nous, ça marche bien.' 'On y arrive.' Maar België heeft niet één keer het strikte minimum gehaald! Elke entiteit verdedigt zijn schoolrapport, elke entiteit doet alsof alles goed gaat in zijn eigen kleine huisje." België verschuilt zich daarbij achter de veel bescheidener doelstelling van de EU die om politieke redenen op 20 procent werd vastgelegd (onder meer omdat Polen niet mee wou). "Alle entiteiten steken zich nu daarachter weg, maar België heeft zich individueel geëngageerd bij de VN! België is een van de partijen van het UNFCCC, net zoals de EU." En zelfs die minimale Europese doelstellingen halen we niet: "België staat voorlaatste in het Europese klassement. Zo slecht zijn we. De nalatigheid is onmiskenbaar. Alle andere landen doen meer en sneller." Ze reageerde op meester Block die zichzelf een overtuigd Europeaan omwille van de flexibiliteit die de unie toestond. "Ik ben ook een overtuigd Europeaan," zei de jonge vrouw van Aziatische origine, "Europa is een sokkel van waarden, geen paraplu om onder te schuilen wanneer je zelf nalatig bent geweest en mensenrechten hebt overschreden. Dat is pas het miskennen van Europa."
 
3. "We zijn er bijna. Ons valt niets te verwijten." Meester Depré sprak van een wel heel merkwaardige rechtszaak en dreef de spijker nog enkele centimeters dieper. "Als je de verdediging van de Staat en de gewesten aanhoort, dan lijkt het alsof alles gelukt is, dat overal alles op wieltjes loopt om formidabel te slagen. Maar het geheel?" Hij wachtte even: "Het is zo laag-bij-de-gronds!" Hij verwees naar de samenwerkingsakkoorden uit 2002 en 2018 waar de Belgische staat en de gewesten kozen voor "een gecoördineerde en efficiënte uitvoering" van de internationale verplichtingen inzake klimaat, "gezamenlijk" en "met een duidelijke planning". Wat een contrast met COP21 in Parijs waar de vier Belgische ministers zonder akkoord heen trokken en waar in de wandelgangen werd beslist om onze uitstoot met slechts 15 procent te beperken ten opzichte van 2005 (niet eens ten opzichte van het veel lastigere referentiejaar 1990), waarmee we zeker boven de 2 graden zullen uitkomen. "Ik kan dit enkel begrijpen als de wil van België om de strijd tegen klimaatopwarming niet verder te zetten, om zich niet te engageren om onder de anderhalve graad te blijven. En nu zegt men: 'Wij zijn een goede leerling' maar men doet niks!" Hij wikte zijn woorden: "Dit heet bedrog. België rooft van andere landen. Le braqueur, c'est la Belgique. (België is een gangster.)"
 
4. "De rechter kan een gewest geen dwangbevel opleggen." Dat argument was vaak terugkeer: als wij met ons gewest zo onze best doen, dan moeten wij toch niet boeten voor de nalatigheid van een ander gewest of van de federale Staat. Ook hier maakte meester Depré brandhout van. "Kan men individueel vrijuit gaan? Evidemment non! België heeft een doelstelling, iedereen moet een inspanning doen, die inspanning bestaat uit een lineair afbouwtraject, maar de verplichting is gezamenlijk. On n'agit pas seul dans son coin. Niemand werkt in een hoekje. Als het geheel faalt, falen de delen."
 
5. "De rechter mag niet op de stoel van de politiek gaan zitten." Ook veel gehoord als dooddoener deze week. Kijk, in een rechtstaat is iedereen gelijk voor de wet. Dat betekent dat iedereen voor de rechter kan verschijnen, zelfs de premier, zelfs de koning, zelfs een rechter, zelfs een regering. "Ja maar, een dwangbevel zou de politieke vrijheid inperken!" Meester Audrey Baeyens zette even de puntjes op de i: "Het is net omdàt de overheden geen gebruik hebben gemaakt van hun politieke vrijheid, van hun tijd, dat we nu moeten procederen!" En om het nog eens heel duidelijk te stellen, voegde ze eraantoe: "We vragen u niet om politiek op te treden, we vragen u de minimale percentages op te leggen."
 
6. "Het dwangbevel gaat veel te ver." Klimaatzaak vraagt een verlaging van de uitstoot van 48 of toch minimaal 42% tegen 2025 en 65, maar minimaal 55% tegen 2030. Carole Billiet lichtte toe: "Die hoogste cijfers, 48 en 65 procent, is wat de wetenschap vraagt. De lage cijfers, 42 en 55, is wat de internationale politiek vraagt." Ze verwees naar berekeningen van professor Van Ypersele die gebaseerd waren op de Belgische bevolking en industrialisatiegraad en noemde ze "extrèmenent raisonnables", heel erg redelijk. En nee, we moesten niet wachten op nieuwe directieven uit Europa, een helder gerechtelijk dwangbevel, dat was nodig, gezien "de buitengewone neiging tot inertie" van onze politiek.
 
En toen moest meester Eric Gillet het woord nog nemen. Hij was, hoe zal ik het zeggen, meedogenloos zonder theatraal te doen, onverbiddelijk zonder agressief te worden, maar eerder wijs, messcherp, en superieur. Alsof je naar Kofi Annan zat te luisteren. "Al die tegenargumenten hadden we verwacht. Dit hadden we voorspeld. Er zat niks nieuws bij. Elke entiteit zei: 'We hebben ons twintig procent gehaald, vertrouw ons nu maar voor toekomst.' En inderdaad, van 2008 tot 2014 was er een mooie daling en in 2020 wellicht ook, maar dat komt door de financiële crisis toen en de gezondheidscrisis nu. Als we lagere cijfers boekten, kwam het door een crisis. In normale jaren is er helemaal geen reductie en stijgt ons uitstoot nog zelfs! De discussies zijn nog niet eens begonnen. We zien nog niet eens het begin van een aanvang. 'Ja, maar dit is de groenste regering sinds de Tweede Wereldoorlog. Ze is nog maar zeven maanden bezig.' 'En dan? We hebben nog maar negen jaar voor ons.' We gaan er niet geraken. Onze uitstoot is met 18 procent gekrompen, maar we moeten naar minimaal 55 procent! Dat is 37 procent op negen jaar tijd. En wat zien we? Indécision. Inertie. Immobilisme. De EU hanteert veel te lage doelstellingen omwille van Polen en België heeft zich daarachter verscholen. Wij profiteren van enkele Oost-Europese landen en daarmee gaan we niet eens de grens van 2 graden halen. Van zodra Europa haar doelstellingen aanscherpt, worden wij gedumpt. En de Staat wist het. België wist perfect dat het 45% reductie moest halen in 2020. Al in 2013 publiceerde staatssecretaris Melchior Wathelet met Roland Moreau een rapport waarin dat stond." (Dat rapport kreeg ik deze namiddag trouwens van Serge de Gheldere. Het is ongelooflijk: daar staat het gewoon zwart op wit. Eerste zin: "We are committed to reducing our greenhouse gas emissions by 80 to 95% by 2050 relative to 1990.")
 
Het ergste moest nog komen. Hoezo, de gewesten willen individueel afgerekend worden, niet collectief? "Het is niet omdat je een opdracht in vieren hebt verdeeld, dat er plotseling vier staten zijn. Wat doet die onderlinge burdensharing ertoe? Het is de performantie van België waarop we worden afgerekend." Het was de laatste keer in zijn leven dat hij pleitte. Hij wou nog iets zeggen. "Ik heb vaak genoeg overheden verdedigd in mijn leven als advocaat. Ik heb veel achting voor politieke leiders. Ik erken hun zorg om binnen het kader van de rechtsstaat te opereren." Waar ging dit heen? Wat wou hij nu zeggen? "Maar het is net omdat ik innig vertrouwd ben met die wereld, dat ik de mechanismes ken die tot immobilisme leiden. Weet u, ik heb het perscommuniqué opgezocht van de vier klimaatministers op de Klimaatconferentie in Parijs. De drie gewestelijke ministers feliciteerden zich met hun 'ambitieuze' en 'wilskrachtige' besluit, de federale minister zei: 'Dit akkoord is de vrucht van moeizame onderhandelingen, maar België zal het Akkoord van Parijs halen.'" Hij liet een lange pauze vallen. "Het gaat hier niet meer om een fout. Het gaat hier niet meer om nalatigheid. Het gaat hier daadwerkelijk om bedrog. Moedwillig bedrog." Deze rechtszaak zou de kloof tussen 'hen' en 'ons' groter maken, tussen burger en politiek? "Maar de burger is bedrogen. Wie onderhoudt er hier dan precies het conflict? We zijn op weg in de richting van een gevaarlijke klimaatopwarming, we veroordelen de toekomstige generaties tot slavernij. En de tegenpartij zegt dat de mede-eisers geen direct belang hebben? Dat ze geen schade gaan lijden? Dat de mensenrechten niet in het geding zijn? We wisten dat het hard ging worden, dit proces, maar het werd nog erger dan verwacht. Na zes jaar procederen zijn er nog steeds geen antwoorden. Het gaat om het echt recht op leven, op wonen, op gezondheid, maar wat heeft jullie gedaan? Wat heeft jullie gedaan voor de bevolking die op dit Belgische grondgebied leeft? We vragen dat dit tribunaal de doelstellingen erkend die moeten gehaald worden, de tijd erkend die we verloren hebben en een dwangsom oplegt die de overheden stimuleren mag." Hij beet iets weg. Richtte zich dan een laatste maal tot de rechter. "Namens de 62.000 burgers die deze rechtszaak steunen." Stilte. "Bedankt voor de buitengewone manier waarop u heeft geluisterd."
 
 
DAG 9 24 maart
 
Toen ik vorige week dinsdag naar het voormalige hoofdkwartier van de NAVO trok om het begin van de Klimaatzaak mee te maken was dat absoluut niet met de bedoeling om er twee weken lang te blijven. Er zou veel pers zijn en Sarah Tak, de coördinatrice van de vzw, had gevraagd of ik ook enkele interviews kon geven. Ik behoor niet tot de oprichters van de Klimaatzaak, ik zat nooit in de raad van bestuur, ik ben gewoon een van de tienduizenden mede-eisers en werd gevraagd om af en toe als ambassadeur op te treden.
 
Maar zodra die eerste sessie begon, begreep ik: hier wordt écht geschiedenis geschreven. Dat is het grootste en misschien wel belangrijkste proces uit de gerechtelijke historie van België. Ik had een balpen en enkele losse blaadjes bij mij en begon notities te maken. Toen ik 's middags naar huis fietste--ik woon op een half uurtje van de oude NAVO--nam ik me voor om de volgende dagen terug te keren. Eenmaal thuis, postte ik een eerste berichtje op Facebook. Tot mijn verbazing werd dat op grote schaal gedeeld.
 
Naarmate het proces vorderde maakte ik mijn agenda stelselmatig leeg: de vier voorgenomen vakantiedagen werden er twee, een tweedaagse promotie voor de vertaling van een boek perste ik samen op een halve dag, een belangrijke zoom-vergadering moest maar even wachten. Daardoor was ik, samen met Sarah Tak en een studente rechten, een van de zeer weinigen in het publiek, misschien wel de enigen die elke minuut van het proces hebben meegemaakt. Negen dagen lang meer dan dertig uur pleidooien aanhoren, in een juridisch Frans, in een veel te warme zaal zonder ramen, met uiteraard een mondkapje op: het was, laat ons zeggen, sportief.

En vandaag zat ik er voor de laatste keer. Onze overheden, als verdedigende partijen, kregen het laatste woord. Er was drieënhalf uur uitgetrokken voor hun slotreplieken, maar na een uur en een kwart stond iedereen weer buiten. Na de bijzonder sterke sessie gisteren kon het bijna niet anders worden dan een anticlimax.
 
De "guerre des chiffres" ging nog even verder. De verdediging van België zei dat het voor de periode 2008-2012 zijn doelstelling "wel gehaald had" en dat voor de periode 2013-2020 "quasi onmogelijk was dat België zijn doelstelling niet zou halen". We zaten in 2019 kennelijk al op 19,95 % van de beloofde 20 % reductie-emissie, dus dat kwam wel goed. Dat cijfer was nieuw, de rechter had er heel wat vragen bij. Een hoge ambtenaar van het departement leefmilieu werd erbij geroepen om het toe te lichten: dat percentage dateerde van deze maand en maakte gebruik van een boekhoudkundig trucje, iets met de bossen van de Ardennen die al dan niet mochten worden meegerekend in het eindtotaal.
 
Het Waals Gewest verwees opnieuw naar zijn hoge ambities en roemde de "Waalse inspanningen, Waalse doelstellingen en goede resultaten". Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest weigerde "de slechte leerling van de klas te zijn" en vestigde de aandacht op zijn "ambitieuze en structurele aanpak" van de gebouwen, verantwoordelijk voor 60 procent van de Brusselse uitstoot. Het Vlaams Gewest verdedigde zijn cijfers met het recht op de "flexibiliteit" om overschotten van het ene jaar mee te nemen naar het volgende jaar. Interessant was wat een van de Brusselse advocaten vermeldde: Ja, de Europese doelstellingen waren anders (lees: lager) dan die van VN, maar dat kwam doordat destijds niemand dacht dat het Kyoto-protocol uit 1997 daadwerkelijk door genoeg landen geratificeerd zou worden. Europa ging dan maar zijn eigen koers varen, met eigen doelstellingen. Vandaar het verschil in ambitie.
 
De advocaten van alle entiteiten zetten hun grote recente inspanningen flink in de verf: het Belgische relanceplan, de verregaande Waalse ambities, de nieuwe Brusselse fietspaden en renovatiepremies, de Vlaamse engagementen voor 2030 (die lager liggen dan die Wallonië), enzovoort. Het regende goeie voornemens en sommige daarvan leken mij ook ernstig--hoewel een gecoördineerde aanpak nog steeds niet te bespeuren viel. Daarvoor is het blijkbaar wachten op de federale beleidsnota over klimaat van april 2021 waar de taken verdeeld zullen worden en de opvolging geregeld zou moeten zijn.
 
Maar wat me niettemin opviel op deze laatste procesdag, was de geweldige discrepantie tussen beide partijen. De vzw en de burgers hadden het aldoor over wat we _moeten_ doen, de overheden over wat we _moesten_ doen. Eén lettertje verschil, maar een ander universum. Wij als eisers kijken naar de beste wetenschappelijke prognoses en begrijpen niet dat de overheid niet aan de noodrem trekt. De overheden kijken naar de gemaakte afspraken en beweren dat ze het er al bij al nog niet zo slecht van af gebracht hebben. De burgers smeken om klimaatbeleid, de overheden antwoorden met klimaatboekhouding.
 
Om gek van te worden. We zitten in een trein die met een rotvaart richting de afgrond dendert, er zitten vier machinisten in de locomotief en die praten nauwelijks tegen elkaar, terwijl wij, de passagiers, via de intercom gesust worden: 'Ja hoor, dat oude sein hebben we gezien, bij deze bocht moeten we wat vertragen. We gaan het halen, mensen.' En ondertussen staan alle alarmsignalen op rood, rinkelen alle mogelijk noodbellen en missen we zelfs de allerlaagste van de allermakkelijkste doelstellingen.
 
Ter info: op Mauna Loa in Hawaii werd op 4 februari jongstleden voor het eerst 419,12 parts pro million CO2 in de atmosfeer gemeten. Het allerhoogste cijfer ooit! Tijdens de ijstijden en tussenijstijden van de voorbije 800.000 jaar schommelde het tussen 150 en 300 ppm...
Moéten doen of moésten doen. Hoe het driekoppige college van rechters uit die twee volkomen verschillende logica's een oordeel zullen kunnen puren, is mij een raadsel. Ik weet echt niet wat het wordt en ik beschouw dat als een goeie zaak. Stel dat ik er nu al zeker van was dat we het gaan halen, dan moet de rechter wel heel partijdig op mij zijn overgekomen. Idem dito voor het omgekeerde scenario. De waarheid is: ik heb er het raden naar. Mevrouw Malengreau stelde zeer pertinente vragen en bleef dagenlang geconcentreerd luisteren. Een van de advocaten gisteren prees haar talrijke vragen als "hoorngeschal in de mist". De andere twee rechters--hun namen ken ik niet--hebben negen dagen lang geen woord gezegd. Een van hen was man en linkshandig, de andere was een dame die bij mijn weten niks heeft genoteerd. Nogmaals, het is koffiedik kijken.
 
Maar als ik dan toch een pronostiek mag wagen, dan neem ik er liefst de zeven eisen van de Klimaatzaak weer bij. Wij vroegen aan de rechtbank om:
 
"1° vast te stellen dat België en de drie gewesten uiterlijk tegen 2020 het totale volume van de jaarlijkse broeikasgasemissies vanaf het Belgische grondgebied niet met 40% of minstens 25% hebben verminderd ten opzichte van het niveau van 1990"
 
Dit zouden we in principe moeten halen. Niemand heeft nog maar de 25% gehaald. Vraag zal zijn of de rechter vasthoudt aan de 20% van Europa? Maar zelfs die heeft niemand echt gehaald en als we in de buurt kwamen, dan enkel door de toevalstreffer van enkele crisisjaren (de financiële crisis van 2008, de coronacrisis van 2020)
 
"2° te zeggen dat onze overheden aansprakelijk zijn (volgens de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek) omdat zij zich bij het voeren van hun klimaatbeleid niet als goede huisvaders gedragen en aldus de belangen van de verzoeksters schaden"
 
Ook dit moeten we halen, denk ik. De nalatigheid is onmiskenbaar, de schade is duidelijk, het causale verband tussen beide ook--al hebben ook andere overheden dan de Belgische boter op het hoofd.
 
"3° te zeggen dat onze overheden de fundamentele rechten van de verzoeksters schenden, meer bepaald de artikelen 2 en 8 van het EVRM en de artikelen 6 en 24 van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind"
 
Grof geschut, maar ik denk dat het onweerlegbaar is. Woningen scheuren nu al door verdroogde kleilagen, mensen lijden nu al aan klimaatgerelateerde gezondheidsproblemen, hittegolven zorgen nu al voor doden (waaronder mijn vader).
 
"4° de overheden te bevelen de nodige maatregelen te nemen om België ertoe aan te zetten de totale jaarlijkse broeikasgasemissies vanaf het Belgische grondgebied te verminderen of te doen verminderen met het oog op:
- tegen 2025, een vermindering met 48%, of minstens 42%, ten opzichte van het niveau van 1990;
- tegen 2030, een vermindering met 65%, of minstens 55%, ten opzichte van het niveau van 1990;
- tegen 2050, een netto nuluitstoot"
 
Dit wordt lastig. De rechter mag dit bevelen, maar bereikt daarmee de uiterste grens van de juridische macht. De hoogste percentages zijn wat wetenschappelijk noodzakelijk is (48% in 2025 en 65% in 2030), maar vraag is of daar voldoende internationale juridische basis voor bestaat. Het kan zijn dat het college van rechters zegt: "geen cijfer voor 2025, 55% voor 2030 en netto nul in 2050". Dit zou geheel in lijn zijn met de Green Deal van Europa en dus geweldig. Maar net zo goed laat het hof heel deze eis vallen.
 
"5° de zaak systematisch op te volgen om na te gaan of de verweersters de opgelegde doelstellingen tegen de deadlines van 2025 en 2030 hebben gehaald"
 
Dit zal natuurlijk afhangen van het vorige punt. Als de rechtbank 4 erkent, kan ze met 5 de duimschroeven nog wat verder aanhalen om onze overheden bij de les te houden. Het zou ongezien zijn, maar de Rechtvaardige Rechters bestaan.
 
"6° de overheden gezamenlijk te veroordelen tot de betaling aan Klimaatzaak vzw van een dwangsom van 1.000.000 EUR per maand vertraging bij het bereiken van het opgelegde doel voor 2025."
Geen idee. Echt niet. Hangt af van 4 en 5. Zou mooi zijn als dit wordt toegekend, maar liever een sterke 4 en geen 6, dan helemaal geen 4. In mijn droom hoop ik natuurlijk op een sterke 4 en een sterke 6.

"7° te noteren dat Klimaatzaak vzw die eventuele dwangsommen volledig wil aanwenden in overeenstemming met haar maatschappelijk doel."
 
Geen punt van discussie. Als de rechter een dwangsom toekent, neemt ze akte van dit punt.
 
Tot zover mijn inschatting.
 
Helemaal op het einde van de zitting zei rechter Malengreau dat het hof zich ten laatste begin juli gaat uitspreken. Nog maximaal drie maanden wachten dus. Ze zullen ongelooflijk hard moeten werken met zijn drieën en de uitspraak zal sowieso rechtsgeschiedenis schrijven. Ze besloot met de vriendelijkheid die haar voorzitterschap zo kenmerkte: "Het tribunaal staat erop u allen werkelijk te danken voor de kwaliteit van uw pleidooien de afgelopen twee weken. Wij gaan aan de slag. Geniet van een welverdiend weekend."
 
En ik ga even iets koken. Fijn weekend, mooie lente iedereen.
 
 
(Foto: Serge de Gheldere)
Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank
op 17 juni 2021
 
Beste strijdmakkers,
 
WE DID IT! We hebben gelijk gekregen!
 
Vandaag heeft de rechtbank van eerste aanleg van Brussel de Belgische overheden collectief veroordeeld voor hun nalatige klimaatbeleid. De rechters oordelen dat het Belgische klimaatbeleid zo ondermaats is dat het de wettelijke zorgplicht en de mensenrechten schendt.
 
“Deze uitspraak is een niet mis te verstaan signaal aan onze beleidsmakers. Er moet onmiddellijk en prioritair werk gemaakt worden van een doortastend beleid richting een koolstofarme toekomst. Een betere en gezondere toekomst dus,” zegt Serge de Gheldere, voorzitter van VZW Klimaatzaak.
 
Het uitvoerige vonnis (83 bladzijden!) is op drie vlakken historisch.
1. Niet alleen de klacht van de vzw Klimaatzaak, maar ook van de 58.000 mede-eisers werd ontvankelijk verklaard. Dat zijn wij allen dus! Met deze ontvankelijkheid voor burgers schrijven we geschiedenis op wereldvlak: voor het eerst is er erkenning van het feit wij rechtstreeks, persoonlijk en reëel risico lopen!
2. Het vonnis stelt bovendien dat de federale staat en de drie gewesten gezamenlijk en individueel verantwoordelijk zijn, en dit ondanks de complexe Belgische staatsstructuur. Ook op dit punt verzetten we de bakens. Het gaat dan om de verplichting van het Burgerlijke Wetboek om op een maatschappelijk zorgvuldige manier te handelen en voorzienbare ernstige klimaatschade te voorkomen.
3. Het vonnis, en dat is het strafste, stelt ook vast dat onze overheden met het huidige ondermaatse klimaatbeleid, artikels 2 en 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens schenden. Die artikels gaan over het ‘recht op leven’ en het ‘recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven’. Daarmee zegt de rechter: het is een mensenrecht om gevrijwaard te blijven van gevaarlijke klimaatopwarming en staten hebben de verplichting om dat mensenrecht te beschermen. Het gaat hier om het meest fundamentele mensenrecht, namelijk het recht op leven.
Voor het eerst hebben burgers zo massaal duidelijk gemaakt dat de beleidsvrijheid van regeringen en ministers ophoudt waar onze rechten, en de rechten van onze kinderen en kleinkinderen, dreigen geschonden te worden.
 
Dat is allemaal goed nieuws. Maar we zijn er nog niet.
 
De rechtbank ging niet mee in onze eis om concrete reductiedoelstellingen op te leggen. Wij vroegen dat ons land in 2025 minstens 42% minder broeikasgassen zou uitstoten, en in 2030 minstens 55%. De Belgische rechters zijn jammergenoeg niet zo ver durven gaan als bijvoorbeeld de Nederlandse en Duitse in recente, gelijkaardige processen.
 
Eigenlijk is dat niet te rijmen. Het komt neer op de een situatie waarbij een agent tegen een automobilist zegt: “Meneer, u rijdt 180 per uur. Dat is veel te snel.” “Oh, pardon. Hoeveel mag ik dan hier?” “Wel, dat zeggen we u niet.”
 
Kortom, het is weliswaar een duidelijke juridische overwinning en het glas is vol, maar er staat nog geen schuim op.
 
Daar kunnen wij slecht mee leven. De best beschikbare wetenschap is duidelijk: we hebben nog een kleine tien jaar om de gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. In dat uiterst krappe tijdsvenster moet de uitstoot van broeikasgassen mondiaal drastisch en versneld gereduceerd worden.
 
Gesterkt door recente vonnissen van o.a. de hoogste rechtscolleges van Duitsland en Nederland, die in soortgelijke zaken ambitieuzer klimaatbeleid oplegden, overweegt de VZW daarom sterk in beroep aan tegen het vonnis en een zaak aan te spannen bij het mensenrechtenhof in Straatsburg. Het Brusselse gerecht kampt immers met zulke grote vertragingen dat de Klimaatzaak misschien pas binnen 9,5 jaar zijn beslag zal krijgen. En we hebben maar tien jaar! In het licht van de klimaaturgentie zou dat betekenen dat er in het Belgische rechtssysteem geen effectief rechtsmiddel voorhanden is.
 
"Er is nog werk aan de winkel ” zegt voorzitter Serge de Gheldere, "Niets minder dan de toekomst van onze kinderen staat op het spel. Wij zijn de rechtbank dankbaar voor het baanbrekend werk dat ze hier verricht heeft en onderzoeken of we ons vertrouwen moeten leggen in het verkrijgen van een concreet reductiegebod bij de rechters van Hof van Beroep en het Mensenrechtenhof in Straatsburg."
 
Dank aan alle medestanders van de Klimaatzaak! Dank aan het advocatenbureau Equal Partners, in het bijzonder meester Carole Billiet, en aan de Nederlandse advocaat Roger Cox!